De minister kan een vaarbewijs gelijkwaardig aan een klein vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van het besluit erkennen voor de vaart op rivieren, kanalen en meren of voor de vaart op alle binnenwateren, voor zover het bewijs naar zijn oordeel voldoende waarborg biedt voor het veilig voeren van een schip op de betrokken wateren.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023
tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de
implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van
het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de
richtlijnen 91/672/EEG en
96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).
Hoofdstuk 7 › § 2
Artikel 7.10
Artikel 7.10
Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025