Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 2

Artikel 7.11

Artikel 7.11

Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025

1. De in bijlage 7.1 genoemde buitenlandse bewijzen van vaarbekwaamheid worden erkend als bedoeld in artikel 17, vierde lid, onderdeel a, van het besluit. 2. Buitenlandse kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, specifieke vergunningen en vaartijdenboeken die in een andere EU-lidstaat zijn afgegeven overeenkomstig de eisen gesteld in richtlijn 2017/2397 zijn geldig in plaats van de vergelijkbare vaardocumenten die geldig zijn op grond van deze regeling. 3. De in artikel 17, tweede lid, van het besluit bedoelde, krachtens de Herziene Rijnvaartakte afgegeven, bewijzen van vaarbevoegdheid zijn: een CCR-kwalificatiecertificaat schipper als bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, van het Rsp of een krachtens artikel 20.03, eerste lid, van dat reglement geldig Rijnschipperspatent als gelijkwaardig aan het kwalificatiecertificaat schipper en het klein vaarbewijs; het sportpatent als bedoeld in artikel 11.02, onder b, van het Rsp, als gelijkwaardig aan het klein vaarbewijs. 4. Buitenlandse bewijzen van vaarbevoegdheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397 gelden als erkend zoals bedoeld in artikel 17, vierde lid, onderdeel a, van het besluit. 5. Buitenlandse bewijzen van kennis en bekwaamheid die zijn erkend op grond van artikel 10, derde lid, van richtlijn 2017/2397 zijn geldig als vervanging van de vergelijkbare documenten die geldig zijn op grond van deze regeling. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel