De volgende stichtingen houden zich bezig met het beheren en verdelen van gelden, die door de overheid en door private partijen ter beschikking zijn gesteld, als erkenning van achteraf geconstateerde tekortkomingen bij het naoorlogse rechtsherstel en de naoorlogse opvang.
Stichting Het Gebaar, opgericht op 19 november 2001, gevestigd in Den Haag;
Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, opgericht op 3 november 2000, gevestigd in Tilburg;
Stichting Joods Humanitair Fonds, opgericht op 31 januari 2002, gevestigd in ’s-Gravenhage;
Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd in ’s-Gravenhage;
Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa, opgericht op 11 maart 2002, gevestigd in ’s-Gravenhage;
Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd in ’s-Gravenhage;
Stichting Individuele Maror-gelden, opgericht op 1 december 2000, gevestigd in Amsterdam;
Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid, opgericht op 1 december 2000, gevestigd in Amsterdam;
Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland, opgericht op 24 november 2004, gevestigd in Amsterdam;
Stichting Collectieve Maror-gelden Israël, opgericht op 18 oktober 2001, gevestigd in Amsterdam;
hierna: de stichtingen.
De volgende fiscale gevolgen zijn van toepassing op uitkeringen aan en van de stichtingen.
Geen schenkingsrecht is verschuldigd over de gelden die door de overheid en de private instellingen aan de stichtingen worden verstrekt en over de betalingen die de stichtingen doen aan gerechtigden. Ook is geen schenkingsrecht verschuldigd over uitkeringen die een van de stichtingen in overeenstemming met zijn statuten doet aan een van de andere in onderdeel 2.1 genoemde stichtingen.
De betalingen door de stichtingen aan de gerechtigden vormen geen inkomen in de zin van de Wet IB 2001.
Uit de reglementen die de stichtingen hanteren bij de verdeling van gelden aan collectieve doelen, maak ik op dat het in beginsel niet mogelijk is dat uitkeringen plaatsvinden aan vennootschapsbelastingplichtige lichamen. Een vrijstelling voor vennootschapsbelasting is daarom niet nodig.
Ter voorkoming van misverstanden merk ik op dat, nadat de betaling eenmaal aan de gerechtigde is toegekend, deze deel uitmaakt van diens vermogen. Opbrengsten daarvan worden op de normale wijze in de inkomstenbelasting betrokken. Bij vererving of schenking van (gedeelten van) dat vermogen vindt op reguliere wijze heffing van successie-, respectievelijk schenkingsrecht plaats.
‘schenkingsrecht’ wordt telkens vervangen door ‘schenkbelasting’.
Artikel 2
Fiscale kwalificatie uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Onderdeel van Inkomstenbelasting, schenk- en erfbelasting; diverse tegemoetkomingen bij bijzondere gebeurtenissen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 2009