In het jaar 2000 stelden de Duitse en de Oostenrijkse overheid met het bedrijfsleven van die landen elk een compensatiefonds in voor eenmalige schadeloosstellingen aan slachtoffers van het nationaal-socialistische bewind. Ter erkenning van het ondergane leed worden uit deze fondsen uitkeringen gedaan aan voormalige dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog. De maximale vergoedingen uit deze fondsen ontlopen elkaar niet veel. Afhankelijk van de omstandigheden waaronder de dwangarbeid werd verricht ontvangen de voormalige dwangarbeiders een eenmalige uitkering van maximaal ongeveer € 7.700.
Tot dezelfde hoogte voorziet het Duitse compensatiefonds ook in eenmalige uitkeringen aan andere slachtoffers die ernstige lichamelijke of geestelijke schade hebben geleden door toedoen van het nationaal-socialistische bewind. In Oostenrijk bestaat sinds 1995 een fonds dat voorziet in eenmalige uitkeringen aan slachtoffers van de vervolging door het nazi-regime in dat land.
Vooruitlopend op de instelling van de bovengenoemde compensatiefondsen hebben twee Duitse bedrijven rechtstreeks vergoedingen toegekend aan personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in die bedrijven dwangarbeid verrichtten. Ter vergoeding van de immateriële schade hebben deze bedrijven op humanitaire gronden een eenmalige uitkering van maximaal ongeveer € 5.100 uitbetaald aan de voormalige dwangarbeiders.
Dit besluit heeft betrekking op:
het Duitse fonds ‘Herinnering, Verantwoordelijkheid en Toekomst’. De regering van de Bondsrepubliek Duitsland heeft de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) te Genève belast met de uitvoering van de schadeloosstellingen aan voormalige dwangarbeiders die niet uit Oost-Europese landen afkomstig zijn. De IOM is een intergouvernementele organisatie met vestigingen over de hele wereld, waaronder Nederland. Voor de afwikkeling van de aanvragen van de Nederlandse voormalig dwangarbeiders heeft de IOM het ‘Project Duitse Compensatie Dwangarbeid’ te Apeldoorn in het leven geroepen;
het Oostenrijkse fonds ‘Verzoening, Vrede en Samenwerking’. Om de aanvragen in Nederland in goede banen te leiden is het ‘Project Oostenrijkse Compensatie Dwangarbeid’ te Apeldoorn in het leven geroepen dat voor de Nederlandse betrokkenen en uitkeringsgerechtigden als eerste aanspreekpunt fungeert;
het ‘Nationale Fonds van de Republiek Oostenrijk voor Slachtoffers van het Nationaal-socialisme’;
het ‘Volkswagen AG - Humanitair Fonds’;
het ‘Siemens Humanitair Hulp Fonds’.
De hiervoor genoemde fondsen zijn niet in Nederland gevestigd. Mede om die reden is geen schenkingsrecht verschuldigd over de betaling aan de rechthebbenden. De betalingen door de fondsen aan de gerechtigden vormen geen inkomen in de zin van de Wet IB 2001. Nadat de betaling aan de gerechtigde is toegekend, maakt deze deel uit van diens vermogen. Opbrengsten daarvan worden op normale wijze in de inkomstenbelasting betrokken. Bij vererving of schenking van (gedeelten van) dat vermogen vindt op reguliere wijze heffing plaats van successie-, respectievelijk schenkingsrecht.
‘schenkingsrecht’ wordt telkens vervangen door ‘schenkbelasting’.
Artikel 3
Fiscale kwalificatie van schadeloosstellingen uit Duitse en Oostenrijkse compensatiefondsen aan slachtoffers van het nationaal-socialistische bewind
Onderdeel van Inkomstenbelasting, schenk- en erfbelasting; diverse tegemoetkomingen bij bijzondere gebeurtenissen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 2009