Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 2

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2017

Een terrein als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen b en c, is niet gelegen: in een gebied waar het uitoefenen van het burgerluchtverkeer tijdelijk of blijvend is verboden op grond van artikel 5.10, eerste lid, van de Wet luchtvaart; binnen een op grond van artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit luchtverkeer 2014 aangewezen openbaar oefengebied voor nood- of voorzorgslandingen van burgerluchtvaartuigen; binnen een laagvlieggebied of onder of binnen een afstand van 3 zeemijlen van een laagvliegroute als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, en 9, eerste lid, van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters, tenzij het gebruik zich beperkt tot vrijdagen na 17.00 uur plaatselijke tijd, zaterdagen, zondagen of nationale feestdagen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de onderdelen A, H en I van artikel I van Besluit van 16 maart 2016 tot wijziging van het Besluit burgerluchthavens en de Regeling Toezicht Luchtvaart in verband met aanvullende bepalingen voor de ruimtelijke indeling van beperkingengebieden in luchthavenbesluiten en ten aanzien van de aanwijzing van luchtvaartuigen die mogen opstijgen of landen van een terrein niet zijnde een luchthaven en enkele overige wijzigingen (Stb. 2016/120) in werking treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel