Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 2

Artikel 22

Artikel 22

Onderdeel van Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 6 juli 2010

1. Het gebruik van een luchthaven voldoet aan de volgende eisen: de exploitant wijst een beheerder aan; de beheerder wordt door de exploitant belast met het dagelijkse toezicht op de luchthaven en in het bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde op de luchthaven; het gebruik van de luchthaven wordt door de exploitant vastgelegd in een register. In dit register worden ten minste de navolgende gegevens vermeld: het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder; de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig; de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst; de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek; de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden; de baan- en circuitrichting; de gegevens van het register worden ten minste 2 jaar bewaard. de exploitant draagt de volgende gegevens over aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties: het feitelijke adres van de luchthaven; de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte; naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven; het innemen van brandstof door een luchtvaartuig vindt plaats met uitgeschakelde motor en met stilstaande propeller of rotorbladen; de exploitant draagt er zorg voor dat het gebruik is afgestemd op de beschikbare landings- en parkeercapaciteit op de luchthaven. 2. Het eerste lid, onderdelen f en g, zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik, met dien verstande dat in plaats van ‘de exploitant’ wordt gelezen: de houder van de ontheffing, bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel