**1.** Het gebruik van een luchthaven voldoet aan de volgende eisen:
de exploitant wijst een beheerder aan;
de beheerder wordt door de exploitant belast met het dagelijkse toezicht op de luchthaven en in het bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde op de luchthaven;
het gebruik van de luchthaven wordt door de exploitant vastgelegd in een register. In dit register worden ten minste de navolgende gegevens vermeld:
het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder;
de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig;
de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst;
de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek;
de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden;
de baan- en circuitrichting;
de gegevens van het register worden ten minste 2 jaar bewaard.
de exploitant draagt de volgende gegevens over aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties:
het feitelijke adres van de luchthaven;
de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte;
naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven;
het innemen van brandstof door een luchtvaartuig vindt plaats met uitgeschakelde motor en met stilstaande propeller of rotorbladen;
de exploitant draagt er zorg voor dat het gebruik is afgestemd op de beschikbare landings- en parkeercapaciteit op de luchthaven.
**2.** Het eerste lid, onderdelen f en g, zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik, met dien verstande dat in plaats van ‘de exploitant’ wordt gelezen: de houder van de ontheffing, bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juli 2010