Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2010

1. Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend. 2. De naam van de verzoeker wordt zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd. RWN: artikel 6.5 RRWN: artikel IB.A BVVN: artikel 48.3; 48.4 en 48.5 BWA: Boek 1, titel 2 Geen. Bij verlening van het Nederlanderschap is het Nederlands namenrecht van toepassing. Uitgangspunt is dat de naturalisatie plaatsvindt met toepassing van de namen van de verzoeker in de PIVA. Aan deze namen dient verder zo weinig mogelijk te worden gesleuteld. Zonder expliciete naamsvaststelling of naamswijziging is het koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap niet bepalend voor de namen van de verzoeker. Indien naamsvaststelling of naamswijziging is geboden op grond van artikel 12 RWN, overlegt de Gouverneur met de verzoeker over de vast te stellen of te wijzigen namen van de verzoeker en van de personen voor wie medeverlening wordt verzocht, alsmede over de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens waarin de namen worden overgebracht (artikel 48, derde lid, BVVN). Daartoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.6/2.7 (verzoek om naamsvaststelling/naamswijziging bij naturalisatie). Indien zij daarom verzoeken, worden de in het verzoek begrepen minderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder, evenals de wettelijk vertegenwoordiger of de (andere) ouder als bedoeld in artikel 2, vierde lid, RWN in de gelegenheid gesteld hun zienswijze omtrent de naamsvaststelling of naamswijziging kenbaar te maken (artikel 48, vierde lid, BVVN). Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.9 en model 2.11 (brief en formulier zienswijze minderjarigen van 12 tot en met 15 jaar) respectievelijk model 2.13 en model 2.15/model 2.16 (brief en formulier instemming andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger). De Gouverneur brengt over de naamsvaststelling of naamswijziging advies uit aan onze Minister (artikel 48, vijfde lid, BVVN). In beginsel is het niet mogelijk dat een gehuwde vrouw bij de naturalisatie haar eigen geslachtsnaam laat wijzigen in die van haar (Nederlandse) echtgenoot. Immers, naar Nederlands recht mag de geslachtsnaam van de echtgenoot officieel niet worden toegevoegd aan de naam van de vrouw, noch draagt de vrouw rechtens de naam van haar echtgenoot. Wel is het toegestaan dat de vrouw in het maatschappelijk verkeer de geslachtsnaam van haar echtgenoot voert. Echter, in sommige landen verkrijgt de vrouw bij het aangaan van het huwelijk van rechtswege of (later) op verzoek de geslachtsnaam van haar echtgenoot. In dat geval dient de vrouw te worden genaturaliseerd onder deze later verkregen geslachtsnaam (van haar echtgenoot). Het is daarom van belang dat de geslachtsnaam van gehuwde vrouwen niet alleen wordt beoordeeld aan de hand van de geboorteakte maar in voorkomend geval ook aan de hand van bijvoorbeeld de huwelijksakte en/of het paspoort. Een kind deelt uitsluitend in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker indien het: minderjarig is; én heeft gedeeld in de naturalisatie van de verzoeker; én onder gezag staat van de verzoeker wiens naam is vastgesteld of gewijzigd. In dat geval deelt het kind in de naamsvaststelling of naamswijzigingvan de moederindien: het door naamskeuze de naam van de moeder draagt; of de vader wettelijk onbekend is. In alle andere gevallen deelt het kind in de naamsvaststelling of naamswijziging van de juridische vader. Indien uit de PIVA niet blijkt of een minderjarig kind zal delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker, kan dit worden aangetoond met een bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een buitenlandse rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Heeft het kindgedeeld in naamsvaststelling of naamswijziging bij naturalisatie, dan kan zijn geslachtsnaam alsnog wijzigen als gevolg van latere erkenning of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dit in tegenstelling tot het geval dat de geslachtsnaam van het kindzelfstandig bij het naturalisatiebesluit is vastgesteld of gewijzigd. Een minderjarig kind deeltniet in de naamsvaststelling of naamswijziging van: de gezagsdrager die niet een ouder is; of de echtgenote/geregistreerde partner (van zijn ouder) die niet een ouder is, ook niet als het kind door naamswijziging of naamskeuze de naam van die niet-ouder reeds draagt. Het spreekt voor zich dat kinderen die reeds de Nederlandse nationaliteit bezitten geen deel uitmaken van een verzoek om naturalisatie van hun ouders. Nederlandse kinderen delen daarom niet in de verkrijging van het Nederlanderschap noch in de eventuele naamsvaststelling of naamswijziging van hun ouders. De tweejarige A is het eerste kind van een Nederlandse moeder en haar Pakistaanse echtgenoot. Omdat de vader van A een naamsketen draagt, verkrijgt A bij zijn geboorte de geslachtsnaam van zijn moeder: ‘Jansen’. Onlangs heeft de vader van A een verzoek om naturalisatie ingediend en thans wordt hem het Nederlanderschap verleend. Zijn geslachtsnaam wordt vastgesteld als ‘Khan’. Aangezien A de Nederlandse nationaliteit bezit, was hij geen subject van het verzoek om naturalisatie van zijn vader. Hij deelt daarom niet in de vaststelling van de geslachtsnaam van zijn vader en behoudt de bij zijn geboorte verkregen geslachtsnaam ‘Jansen’. De na de naturalisatie van de heer Khan geboren kinderen verkrijgen allen eveneens de geslachtsnaam ‘Jansen’. Immers, volgende kinderen van dezelfde ouders hebben op grond van artikel 1:5, zevende lid, BW dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind. De heer Angelo Oliviera Oliviera de Oliviera van Venezolaanse nationaliteit heeft bij de indiening van zijn verzoek om naturalisatie tot Nederlander een verzoek om geslachtsnaamwijziging ingediend. Hij heeft gevraagd zijn geslachtsnaam te wijzigen in de geslachtsnaam ‘Oliviera’. Deheer Oliviera Oliviera de Oliviera heeft voldoende toegelicht waarom de wijziging van zijn geslachtsnaam voor zijn inburgering van belang is. Daarom kan bij Koninklijk Besluit aan de heer Oliviera Oliviera de Oliviera het Nederlanderschap worden verleend waarbij op zijn verzoek zijn geslachtsnaam wordt gewijzigd in ‘Oliviera’. Onze Minister is gemachtigd correcties aan te brengen in een koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap. De machtiging is uitsluitend verleend om kennelijke administratieve misslagen in de vermelde persoonsgegevens van de verzoeker te herstellen. De kennelijke misslag dient een gevolg te zijn van (administratieve dan wel een vertalings) onoplettendheid. Onder een ‘kennelijke administratieve misslag’ wordt niet verstaan het geval waarin de verzoeker na de verlening van het Nederlanderschap één of meer persoonsgegevens (namen, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland) wenst te corrigeren, omdat hij is genaturaliseerd onder onjuiste, maar wel door hem aangeleverde, persoonsgegevens. De doorlopende machtiging is verleend voor de volgende kennelijke misstellingen in naturalisatiebesluiten: onjuiste vermelding van de voornaam en/of de geslachtsnaam; onjuiste vermelding van de geboortedatum en/of geboorteplaats; onjuiste vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam; onjuiste spelling van een vastgestelde voornaam en/of geslachtsnaam; het ten onrechte wijzigen van een voornaam en/of geslachtsnaam; de onjuiste spelling van een gewijzigde voornaam en/of geslachtsnaam; het abusievelijk niet vermelden van de wijziging van de voornaam en/of geslachtsnaam; het abusievelijk niet vermelden van de vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam; én het abusievelijk niet vermelden van de vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam van minderjarige kinderen. Blijkt in de procedure dat een verzoeker met een naamsketen (namenreeks) niet wenst dat bij zijn naturalisatie een geslachtsnaam voor hem wordt vastgesteld, dan leidt dat tot een afwijzing van het naturalisatieverzoek op grond van niet-inburgering. Verzoeker voldoet alsdan niet aan de in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d RWN gestelde voorwaarde van ‘zich ook overigens in de Nederlandse (Nederlands Antilliaanse of Arubaanse) samenleving hebben doen opnemen’. In een voorkomend geval stelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verzoeker schriftelijk in de gelegenheid om aan te geven welke geslachtsnaam hij wenst en wijst verzoeker op het feit dat het achterwege blijven van een keuze voor een naamsvaststelling leidt tot afwijzing van het naturalisatieverzoek. Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend. Naar Nederlands en Arubaans recht draagt een persoon in beginsel één geslachtsnaam en één of meerdere voornamen. Bij naturalisatie zal vaststelling van de namen of de spelling daarvan moeten plaatsvinden in de drie hierna beschreven situaties. Bij de naamsvaststelling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur. Als sprake is van een namenreeks kan geen onderscheid worden gemaakt tussen de geslachtsnaam en de voornamen van de verzoeker. Daarom moet in het kader van de optie- of naturalisatieprocedure naamsvaststelling plaatsvinden, als sprake is van een namenreeks. Onder andere de volgende landen kunnen een zogenaamde namenreeks kennen: Afghanistan; Bahrein; Bangladesh; Democratische Republiek Congo; Djibouti; Egypte; Eritrea; Ethiopië; India; Indonesië; Irak; Jemen; Jordanië; Kuwait; Myanmar (Birma); Nepal; Niger; Pakistan; Qatar; Saoedi-Arabië; Soedan; Somalië; Sri Lanka; Tsjaad; Verenigde Arabische Emiraten; en Zuid-Soedan. Voor verzoekers afkomstig uit een land waarin een namenreeks kan voorkomen (zie hierboven) bestaat een grote kans dat naamsvaststelling moet plaatsvinden. Oók wanneer hun namen met onderscheid tussen voornamen en geslachtsnaam in de PIVA zijn opgenomen. Voor verzoekers, afkomstig uit een land waarin een namenreeks kan voorkomen, die al in de PIVA met een voornaam en geslachtsnaam zijn geregistreerd op basis van een (gelegaliseerde) geboorteakte, hoeft niet alsnog naamsvaststelling plaats te vinden. Als sprake is van een namenreeks moet een enkelvoudige geslachtsnaam te worden vastgesteld die overeenkomt met de naam van de (voor)ouder. Draagt verzoeker een namenreeks waarin niet een naam van een (voor)ouder voorkomt, dan dient één van zijn eigen namen te worden vastgesteld als geslachtsnaam en de andere eigen naam als voornaam. Behoudens voorvoegsels (bijvoorbeeld Ben, El, Al, etc.) en achtervoegsels (bijvoorbeeld Zade(h) is het niet toegestaan om een dubbele of samengestelde geslachtsnaam vast te stellen. Staat de verzoeker, na schriftelijk in de gelegenheid te zijn gesteld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om aan te geven welke enkelvoudige geslachtsnaam hij wenst, nog steeds op naturalisatie met een dubbele of samengestelde geslachtsnaam anders dan toegestaan in de voorgaande zin, dan wordt het naturalisatieverzoek om die reden afgewezen. B is geboren in India en bezit de Indiase nationaliteit. Naar eigen zeggen heeft zij overeenkomstig het Indiaas namenrecht de geslachtsnaam van haar Nederlandse echtgenoot verkregen. De naam op haar geboorteakte is dan ook niet de naam waaronder zij genaturaliseerd wil worden. B overlegt een voor de Indiase rechtbank afgelegde affidavit, waaruit blijkt dat zij dezelfde persoon is als de persoon die in de geboorteakte staat vermeld. Onder deze omstandigheden kan niet onmiddellijk naturalisatie plaatsvinden. Zowel de geboorteakte (identiteit) als de affidavit (later verkregen geslachtsnaam) dienen éérst te worden gelegaliseerd en geverifieerd door de Nederlandse vertegenwoordiging te India. Daarna dient de naamsvaststelling plaats te vinden, waarbij B wordt genaturaliseerd onder de geslachtsnaam van haar Nederlandse echtgenoot. Indien de naam slechts bestaat uit één bestanddeel wordt deze naam in beginsel vastgesteld als voornaam. De geslachtsnaam wordt dan vastgesteld overeenkomstig de naam van de (voor)ouder. In voorkomende gevallen kan ook een gedeelte van de naam van betrokkene worden vastgesteld als geslachtsnaam en het andere gedeelte wordt dan vastgesteld als voornaam. Indien de namen van de verzoeker in documenten van gelijke rangorde (bijvoorbeeld twee uittreksels van de geboorteakte) op uiteenlopende wijze worden gespeld, dient naamsvaststelling plaats te vinden. Naamsvaststelling is dus niet vereist indien de namen van de verzoeker weliswaar in verschillende documenten op uiteenlopende wijze worden gespeld, maar deze documenten niet van gelijke rangorde zijn. Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, draagt volgens zijn gelegaliseerde geboorteakte (en volgens de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling) de geslachtsnaam ‘Fernandez’. Echter, hij gaat al sinds jaar en dag door het leven met de geslachtsnaam ‘Hernandez’. In zijn paspoort en huwelijksakte staat dan ook de naam ‘Hernandez’. Verzoeker heeft nooit pogingen ondernomen zijn naam te laten corrigeren in het Venezolaanse bevolkingsregister. In dit geval zal géén naamsvaststelling plaatsvinden. Weliswaar wordt de geslachtsnaam in verschillende documenten op uiteenlopende wijze gespeld, maar deze documenten zijn niet van gelijke rangorde. Uitgangspunt voor de naturalisatie is dan ook de geslachtsnaam die is vermeld in de geboorteakte. Verzoeker wordt dus, zonder verdere naamsverklaring, genaturaliseerd onder de geslachtsnaam ‘Fernandez’. De naam van de verzoeker wordt zo nodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd. Hierbij moet worden gedacht aan overbrenging van de namen vanuit bijvoorbeeld het Arabisch, Chinees of Cyrillisch schrift naar het Latijns schrift. Met betrekking tot deze overbrenging dient altijd te worden overlegd met de verzoeker (artikel 48, derde lid, BVVN). Voor de transcriptie is echter géén expliciete toestemming van de verzoeker vereist. Verzoeker is geboren in Egypte en heeft de Egyptische nationaliteit. Zijn geboorteakte is vanuit het Arabisch schrift overgebracht in het Latijns schrift. Volgens deze vertaling, opgesteld door een beëdigd vertaler, heeft verzoeker de naamsketen ‘Sayeed Muhammad Ben Sawi’, maar in alle overige overgelegde documenten is de tweede naam gespeld als ‘Mohamed’. Verzoeker verklaart dat hij sinds jaar en dag door het leven gaat met de naam ‘Mohamed’ en dat hij onder deze naam wenst te worden genaturaliseerd. Uitgangspunt voor de transcriptie is dat de namen worden omgezet overeenkomstig de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling van de geboorteakte. Tenzij betrokkene vóór de indiening van zijn verzoek een andere vertaling van een beëdigd vertaler overlegt, worden zijn voornamen vastgesteld als ‘Sayeed Muhammad’ en zijn geslachtsnaam als ‘Ben Sawi’. Wijziging van de namen in het kader van de naturalisatieprocedure geschiedt uitsluitend wanneer verzoeker te kennen geeft daaraan behoefte te hebben én dit gelet op de inburgering van belang is. Een verzoeker kan dus niet worden verplicht tot naamswijziging. In geval van naamswijziging wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur. Wijziging van de geslachtsnaam enerzijds, en wijziging van de geslachtsnaam en voornamen anderzijds, zijn mogelijk in uitsluitend de volgende gevallen: indien verzoeker een samengestelde geslachtsnaam heeft (bijvoorbeeld Spanje, Portugal, Latijns-Amerika). Een van beide delen van de naam kan de nieuwe geslachtsnaam worden, ongeacht of het betreffende gedeelte van de vader of de moeder is; indien een vrouw door of in verband met haar huwelijk de geslachtsnaam van haar echtgenoot heeft verkregen (bijvoorbeeld Polen, Turkije). De naam kan in dat geval worden gewijzigd in de meisjesnaam; indien een vrouw een verbogen geslachtsnaam heeft. Haar geslachtsnaam kan in dat geval worden gewijzigd in de niet-verbogen naam (bijvoorbeeld wijziging van ‘Bonova’ in ‘Bonov’); indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van verzoeker moeilijk uitspreekbaar zijn (bijvoorbeeld China, Polen, Tsjechië, Slowakije). Zo kan bijvoorbeeld ‘Brzinski’ worden gewijzigd in ‘Barzinski’; indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van de verzoeker naar Nederlandse of Arubaanse9Verwezen wordt naar artikel 4 ABW opvatting bespottelijk of onwelvoeglijk zijn. Voor wijziging van uitsluitend de voornamen bestaat in de naturalisatieprocedure geen ruimte. De voornamen kunnen slechts gelijktijdig met de geslachtsnaam worden gewijzigd en ook hier geldt: uitsluitend indien dit voor de inburgering van belang is. Indien de verzoeker uitsluitend zijn voornaam wenst te wijzigen, kan hij zo nodig worden geattendeerd op de verzoekschriftprocedure bij de gerecht in eerste aanleg (artikel 1:4, vierde lid, BWA) of beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verzoeker heeft de Russische nationaliteit en bezit volgens zijn (Russische) geboorteakte een patronymicum. Hij staat (derhalve) ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) met het patronymicum. Verzoeker verklaart echter dat hij zonder het patronymicum wenst te worden genaturaliseerd. Het Russisch patronymicum is een tussennaam (‘otchestvo’ in het Russisch), gebaseerd op de eerste naam van de vader. Het Russisch patronymicum maakt geen onderdeel uit van de geslachtsnaam. Als tussennaam kan het patronymicum uitsluitend in combinatie met de geslachtsnaam worden gewijzigd dan wel vervallen, en dan uitsluitend wanneer dit voor de inburgering van belang is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel