Aan een lid van de Raad wordt ontslag verleend:
op zijn verzoek uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand van de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen;
bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar;
indien hij uit hoofde van ziekte of gebrek blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;
bij aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel 8, derde lid;
bij het verlies van het Nederlanderschap;
indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
indien hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
indien hij naar het oordeel van Onze Ministers door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.
Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 3 › § 1
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010