- **1.** Een lid van de Raad wordt geschorst indien:
- - **a.** hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;
- - **b.** hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
- - **c.** hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.
- **2.** Een lid van de Raad kan worden geschorst, indien tegen hem een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 10, onderdelen c tot en met h, die tot ontslag zouden kunnen leiden.
- **3.** In het geval, bedoeld in het tweede lid, eindigt schorsing na drie maanden. De schorsing kan telkens met ten hoogste drie maanden worden verlengd. De schorsing wordt beëindigd zodra de grond voor schorsing is vervallen.
Hoofdstuk 3 › § 1
Artikel 11 Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Onderdeel van Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 11 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon