1. 1. De Raad brengt elk jaar voor 1 mei over ieder land een verslag uit over de staat van de rechtshandhaving naar aanleiding van zijn werkzaamheden in het voorafgaande jaar.
  2. 2. Het verslag over een land als bedoeld in het eerste lid wordt aangeboden aan Onze betrokken Minister en aan het betrokken vertegenwoordigend orgaan.