Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie leden Raad voor de rechtshandhaving· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Een lid van de Raad ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij de ministeries in het land van Onze Minister die het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet. 2. Onze Minister kan bepalen dat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten. 3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, die de leden van de Raad ontvangen wordt gedragen door het land dat het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 44 van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel