In deze wet wordt verstaan onder:

  • - a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • - b. werknemer: de arbeider, bedoeld in artikel 1613a van het Burgerlijk Wetboek BES;
  • - c. werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1613a van het Burgerlijk Wetboek BES;
  • - d. dringende reden voor de werkgever: zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, welke ten gevolge hebben, dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de dienstbetrekking te laten voortduren.