1. 1. Hij die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2a, vijfde lid, artikel 4, eerste lid, of artikel 5 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
  2. 2. De strafbare feiten bedoeld in het eerste lid worden beschouwd als overtredingen.