**1.** Een tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid van bijkomende aard voor een vreemdeling die op grond van de Wet toelating en uitzetting BES beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie kan voor maximaal een jaar worden verleend, zonder toepassing van artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c, en artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet.
**2.** Onder arbeid van bijkomende aard als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: arbeid met een duur van maximaal 10 uur per week of arbeid die uitsluitend in de maanden juni, juli en augustus plaatsvindt.
**3.** In aanvulling op artikel 4 legt de werkgever een verklaring van de onderwijsinstelling over, waaruit blijkt dat de vreemdeling als student is ingeschreven.
**4.** Een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt niet verlengd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
§ 6
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010