1. 1. Bij de ontbinding van de vennootschap moeten de vennoten, die het recht van beheer hebben gehad, de zaken der gewezen vennootschap in haar naam vereffenen, tenzij bij de overeenkomst anders ware bepaald of de gezamenlijke vennoten (die bij wijze van geldschieting daaronder niet begrepen) hoofdelijk en bij meerderheid van stemmen een andere vereffenaar hebben