- **1.** Het geldt als een vermoeden, dat men van het bestaan van die schade heeft kennis gedragen, indien de rechter, met inachtneming van de omstandigheden, oordeelt, dat er sedert het ontstaan van de schade zoveel tijd is verlopen, dat de verzekerde daarvan had moeten kennis dragen.
- **2.** In geval van twijfel staat het de rechter vrij, om aan verzekerden en aan hun lasthebbers de eed op te leggen, dat zij, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van het bestaan van de schade niet hebben kennis gedragen.
- **3.** Indien de ene partij die eed aan haar wederpartij wenst op te dragen, moet hij in alle gevallen door de rechter worden opgelegd.
boek Eerste › titel Achtste
Artikel 337 Wetboek van Koophandel BES
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 337 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon