Naar hoofdinhoud

boek Tweede › titel Vierde › § 2

Artikel 524

Artikel 524

Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De kapitein is bevoegd om aan de schepeling in geval van verwijdering van boord zonder zijn toestemming, van niet tijdig terugkeren aan boord, van dienstweigering, van gebrekkige dienstvervulling, van onbehoorlijk optreden tegen een lid van de bemanning of een van de andere opvarenden en van ordeverstoring, een boete op te leggen ten bedrage van het naar tijdruimte in geld vastgestelde loon over ten hoogste tien dagen; echter mag de boete niet meer bedragen dan een derde van dat loon voor de gehele duur van de reis. In een tijdverloop van tien dagen mag aan dezelfde schepeling in totaal niet meer aan boeten worden opgelegd dan de genoemde hoogste bedragen. 2. De oplegging van de boete mag voorwaardelijk geschieden. 3. Indien de kapitein wegens een dringende reden als bedoeld in artikel 536 de dienstbetrekking doet eindigen, mag hij te dier zake niet tevens een disciplinaire straf opleggen. 4. De bestemming van de boeten moet in de arbeidsovereenkomst worden aangegeven. De boete mag noch aan de zeewerkgever noch aan de kapitein ten goede komen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel