- **1.** Alvorens boete op te leggen is de kapitein verplicht de betrokkene en de getuigen te horen in het bijzijn, zo mogelijk, van ten minste twee schepelingen van gelijke of hogere rang, overeenkomstig de monsterrol daartoe aangewezen. Het proces-verbaal van dit verhoor moet door allen, die daarbij tegenwoordig zijn geweest, worden ondertekend. Van weigering om te ondertekenen wordt daarin melding gemaakt.
- **2.** Boete mag niet vroeger worden opgelegd dan twaalf uren en niet later dan een week, nadat het feit heeft plaats gehad, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking noodzakelijk maken.
- **3.** Elke boete moet onverwijld worden ingeschreven in een daartoe bestemd register, met vermelding van het feit, dat tot de oplegging aanleiding heeft gegeven, en van de dag waarop het heeft plaats gehad, alsmede van de dag waarop de boete is opgelegd. Iedere inschrijving moet worden ondertekend door de kapitein en de in het eerste lid bedoelde schepelingen.
- **4.** Een niet in het register ingeschreven boete wordt geacht ten onrechte te zijn opgelegd.
- **5.** De schepeling is bevoegd om van de oplegging van boete in beroep te komen bij de rechter in eerste aanleg, binnen wiens rechtsgebied het schip is aangekomen of de monsterrol is opgemaakt. Het derde lid van artikel 520 vindt overeenkomstige toepassing.
boek Tweede › titel Vierde › § 2
Artikel 525 Wetboek van Koophandel BES
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 525 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon