**1.** De Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, van de wet buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toetsing van de betrouwbaarheid en de in aanmerking te nemen antecedenten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
§ 2 › Subparagraaf
Artikel 4
Betrouwbaarheid
Onderdeel van Besluit Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010