De Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 4, in aanmerking:
het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
de overige belangen van het pensioenfonds en de betrokkene.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
§ 2 › Subparagraaf
Artikel 7
Vaststelling betrouwbaarheid
Onderdeel van Besluit Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010