1. 1. Het Gerecht beraadslaagt en beslist in raadkamer en grondt de uitspraak uitsluitend op hetgeen ter zitting te berde is gebracht en op de stukken, bedoeld in § 6 van dit hoofdstuk.
  2. 2. Het Gerecht vult ambtshalve de rechtsgronden aan. Het Gerecht kan ambtshalve de feiten aanvullen.