1. 1. Het openbaar ministerie verleent, zo nodig, zijn medewerking tot:
  2. 2. De dienaar der openbare macht die door het openbaar ministerie is aangewezen om de medewerking te verlenen, dan wel medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van de bevelen, gegeven door de officier van justitie ingevolge de artikelen 241, 272 en 332 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
  3. 3. Wordt de toegang tot een woning hem door de bewoner geweigerd of door gesloten deuren belet, dan oefent hij deze bevoegdheid niet uit dan in tegenwoordigheid van de officier van justitie of van een zijner hulp-officieren van justitie.
  4. 4. Daarvan wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat mede ondertekend wordt door de ambtenaar in wiens tegenwoordigheid de woning is binnengetreden.