Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • - 1°. hij die een vuurwapen afschiet, een vuurwerk ontsteekt of een vuur aanlegt, voedt of onderhoudt op zoo korten afstand van gebouwen of goederen dat daardoor brandgevaar kan ontstaan;
  • - 2°. hij die een luchtbol oplaat, waarvan brandende stoffen gehecht zijn;
  • - 3°. hij die door gebrek aan de noodige omzichtigheid of voorzorg gevaar voor bosch- of grasbrand doet ontstaan;
  • - 4°. hij die zich zodanig gedraagt dat gevaar voor het luchtverkeer wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer in de lucht wordt gehinderd of kan worden gehinderd.