Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, dat hij voorhanden heeft, waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge een wettelijke bepaling moet worden ingeleverd, niet terstond wanneer hem dit mondeling door een daartoe bevoegde ambtenaar is bevolen, danwel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, inlevert, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
boek Derde › Titel III
Artikel 466b
Artikel 466b
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2014