Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 12a

Artikel 12a

Onderdeel van Wet toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Onze Minister kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verlenen om redenen verband houdend met bescherming aan de vreemdeling die: verdragsvluchteling is; aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; als echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind feitelijk behoort tot het gezin van de vreemdeling, bedoeld onder a of b, die dezelfde nationaliteit heeft als die vreemdeling en gelijktijdig met deze vreemdeling de openbare lichamen is ingereisd; als partner of als meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van de vreemdeling, bedoeld onder a of b, dat hij om die reden behoort tot het gezin van deze vreemdeling, die dezelfde nationaliteit heeft als deze vreemdeling en gelijktijdig met deze vreemdeling de openbare lichamen is ingereisd. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel