De toelating bij vergunning verleend eindigt:

  • - a. door verloop van de tijd waarvoor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is afgegeven;
  • - b. door vertrek uit de openbare lichamen, indien het betreft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
  • - c. door het verlaten van de woonplaats in een openbaar lichaam met het doel de woonplaats buiten de openbare lichamen te vestigen, indien het betreft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
  • - d. door een ononderbroken verblijf buiten de openbare lichamen gedurende langer dan een jaar, behoudens in geval van overmacht en behoudens het geval, bedoeld in artikel 4;
  • - e. door het verkrijgen van een toelating van rechtswege;
  • - f. door intrekking van de verblijfsvergunning;
  • - g. door uitzetting.