De verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd kan door Onze Minister bij een met redenen omklede beslissing worden ingetrokken:

  • - a. op grond van een onherroepelijk geworden veroordeling terzake van een misdrijf tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van drie maanden of langer;
  • - b. met het oog op de goede zeden;
  • - c. indien dit in het algemeen belang wenselijk is;
  • - d. op grond van het verkeren in zodanige staat van behoeftigheid, dat de vreemdeling niet langer naar behoren in het onderhoud van zichzelf en zijn wettig gezin kan voorzien;
  • - e. indien de vreemdeling niet voldoet aan één of meer van de aan zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbonden beperkingen of voorschriften.