- **1.** De aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf geschiedt:
- - **a.** bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf dan wel, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, door de vreemdeling in persoon;
- - **b.** bij Onze Minister door een referent.
- **2.** De machtiging tot voorlopig verblijf wordt bij de vertegenwoordiging dan wel het Kabinet, bedoeld in het eerste lid, aan de vreemdeling in persoon afgegeven.
- **3.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2f Wet toelating en uitzetting BES
Onderdeel van Wet toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 2f bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon