Naar hoofdinhoud

Titel III › hoofdstuk Eenig

Artikel 238

Artikel 238

Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Overschrijving van de rechten en verplichtingen uit eene concessie voortvloeiende, op de rechtverkrijgenden van den overleden wettigen houder of op andere personen of vennootschappen, ingevolge het derde lid van art. 5 der Mijnwet BES, heeft niet plaats tenzij die rechtverkrijgenden of verkrijgers aan de autoriteit, voor welke de overschrijving moet geschieden, onder overlegging van de overige voor de bewerkstelling van die overschrijving benoodigde stukken, aantoonen dat zij voldoen aan de vereischten van voormeld artikel. 2. Hetzelfde geldt bij vervreemding van de concessie, ook waanneer vóór de inwerkingtreding der Mijnwet BES verleende concessiën worden vervreemd. 3. De aantooning, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, wordt geleverd òf door de overlegging van de mededeeling aan belanghebbenden gedaan ingevolge art. 26 òf door de overlegging van de ingevolge art. 20 van dit besluit in verband met het derde lid van art. 5 der Mijnwet BES verleende goedkeuring of, zoo er een geschil is geweest nopens het voldoen aan de vereischten, door de overlegging van een authentiek afschrift der beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie waarbij is beslist dat de belanghebbende aan die vereischten voldoet. 4. In de gerechtelijke akte moet uitdrukkelijk worden vermeld, dat de betrokkene heeft aangetoond aan de in art. 5 der Mijnwet BES gestelde vereischten te voldoen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel