1. 1. De gezaghebber, de Rijksvertegenwoordiger, de algemeen commandant en het door hem aangewezen ter plaatste dienstdoende personeel van de brandweer alsmede de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 73, eerste en tweede lid, zijn bevoegd elke plaats te betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen.
  2. 2. De titels X en XI van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
  3. 3. De gezaghebber, de lokaal commandant van de brandweer en het door hem aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer alsmede de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 73, eerste en tweede lid, zijn bevoegd alle benodigde uitrustingsstukken en hulpmiddelen op de plaats, bedoeld in het eerste lid, mee te nemen en daarvan op zodanige wijze gebruik te maken als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten.