Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 8

(vrijstellingen bijkantoren van verzekeraars)

Onderdeel van Overgangs- en vrijstellingsregeling financiële markten BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2011

1. Een verzekeraar met zetel buiten de openbare lichamen, die in de openbare lichamen door middel van een bijkantoor het verzekeringsbedrijf uitoefent, is vrijgesteld van de navolgende onderdelen van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES: artikel 22, eerste lid, onderdeel a; het vereiste op grond van artikel 23, eerste lid, dat de vertegenwoordiger zijn woonplaats onderscheidenlijk zijn zetel in een openbaar lichaam heeft; hoofdstuk III, met uitzondering van de artikelen 28, 31, 32, 37 tot en met 40 en 44. 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend, indien: de verzekeraar beschikt over een vergunning voor de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, verleend door de bevoegde autoriteit van het land of de staat waar hij zijn zetel heeft; de verzekeraar zich vanuit het bijkantoor uitsluitend of hoofdzakelijk richt op ingezetenen van de openbare lichamen, en de door het bijkantoor ontvangen bruto premies over het laatst afgesloten boekjaar niet meer bedragen dan USD 5 miljoen. 3. Een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid die niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid, meldt dit terstond aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt de verzekeraar in de gelegenheid om binnen een door haar vast te stellen redelijke termijn alsnog aan de voorwaarden te voldoen dan wel zijn activiteiten onder te brengen in een in de openbare lichamen gevestigde of te vestigen rechtspersoon of deze af te wikkelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel