1. 1. Geïntimeerden kunnen naar aanleiding van ieder haar toegezonden beroepschrift binnen drie weken na de dagtekening van het bewijs van verzending bij de raad een contra-memorie indienen.
  2. 2. De voorzitter kan deze termijn op verzoek van de betrokken geïntimeerde verlengen. De leden 3 tot en met 6 van artikel 51 vinden overeenkomstige toepassing.