1. 1. De benoemde leden van de raad worden door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikking in de uitoefening van hun functie geschorst, ingeval zij:
    • - a. krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren;
    • - b. onder curatele zijn gesteld;
    • - c. zich in voorlopige hechtenis bevinden;
    • - d. in een psychiatrisch ziekenhuis zijn opgenomen.
  2. 2. Het hof van justitie heft, op dezelfde wijze, de schorsing op, nadat de reden is vervallen die daartoe aanleiding gaf.