Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

-

  • - a. de staat, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld:
  • - b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld.

-

  • - a. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft;
  • - b. het bestuurscollege, voor zover het de ambtenaren in dienst van het openbare lichaam betreft, met inachtneming van sub c;
  • - c. de eilandsraad, voor zover de eilandgriffier en de op de griffie werkzame ambtenaren betreft.