1. 1. Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
    • - a. eigen waarneming van de rechter;
    • - b. verklaringen van de verdachte;
    • - c. verklaringen van een getuige;
    • - d. verklaringen van een deskundige;
    • - e. schriftelijke bescheiden.
  2. 2. Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid behoeven geen bewijs.