1. 1. Een pensioenuitvoerder richt zijn organisatie zodanig in dat een goed bestuur is gewaarborgd waardoor er in ieder geval:
    • - a. verantwoording wordt afgelegd aan de aanspraak- en pensioengerechtigden en de werkgever; en
    • - b. intern toezicht is.
  2. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste lid regels worden gesteld.