Naar hoofdinhoud

Titel I › Hoofdstuk IV

Artikel 59

Artikel 59

Onderdeel van Onteigeningswet BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Wanneer hetzij bij gewijsde de oproeping bedoeld in artikel 18 is nietig verklaard of de eis tot onteigening om enige andere reden is ontzegd, hetzij het vonnis van onteigening uit kracht van het bepaalde in artikel 62 is vervallen, is de onteigenende partij verplicht: het in bezit genomene onmiddellijk te ontruimen; de schade te vergoeden, welke door de wederpartij en door hen, die in het geding tot onteigening zijn tussen gekomen, is geleden door de uitoefening van het in artikel 54 omschreven recht. 2. Tot de in het voorgaande lid bedoelde ontruiming kan de onteigenende partij, desnoods door middel van de sterke arm worden gedwongen uit kracht van een bevelschrift van de rechter in eerste aanleg voor wie de vordering tot onteigening is ingesteld. 3. De voor de voldoening der schadeloosstelling gestelde zekerheid strekt mede tot zekerheid voor de voldoening van de schadevergoeding welke krachtens het eerste lid van dit artikel verschuldigd is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel