Naar hoofdinhoud

Artikel 13b

Artikel 13b

Onderdeel van Wapenwet BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De in artikel 13, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd van de in artikel 2 onderdeel 4° tot en met 10°, bedoelde personen alle inlichtingen te verlangen die redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig zijn. 2. Zij zijn bevoegd van de in het eerste lid bedoelde personen inzage te verlangen van boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is. 3. Zij zijn bevoegd van de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. 4. De personen van wie inlichtingen of inzage van boeken en ander zakelijke gegevens en bescheiden worden verlangd zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid, verplicht, die onverwijld te verstrekken. 5. Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt. Tekstplaatsing administratief gecorrigeerd in Stb. 2011/134. Oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 2010/519, die abusievelijk is gepubliceerd met de inhoud van Stb. 2010/568. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel