**1.** Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend.
**2.** De naam van de verzoeker wordt zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd.
RWN: artikel 6.5
RRWN: artikel IB.A
BvvN: artikel 42.3; 42.4 en 42.5
BW-BES: Boek 1, titel 2 (artikel 4 t/m 9)
Geen.
Bij verlening van het Nederlanderschap is het naamrecht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Nederlands-Antilliaans namenrecht van toepassing. Uitgangspunt is dat de naturalisatie plaatsvindt met toepassing van de namen van de verzoeker in de basisadministratie persoonsgegevens PIVA. Aan deze namen dient verder zo weinig mogelijk te worden gesleuteld.
Zonder expliciete naamsvaststelling of naamswijziging is het koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap niet bepalend voor de namen van de verzoeker.
Indien naamsvaststelling of naamswijziging is geboden op grond van artikel 12 RWN, overlegt Onze Minister (lees: IND-BES) de gezaghebber met de verzoeker over de vast te stellen of te wijzigen namen van de verzoeker en van de personen voor wie medeverlening wordt verzocht, alsmede over de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens waarin de namen worden overgebracht (artikel 42, derde lid, BvvN). Daartoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.6 ‘Verzoek om naamsvaststelling bij naturalisatie’ en model 2.7 ‘Verzoek om naamswijziging bij naturalisatie’.
Wijziging van de namen gedurende de naturalisatieprocedure geschiedt uitsluitend in het kader van de inburgering en dan alleen in de situaties zoals beschreven in de toelichting op artikel 12, tweede lid, RWN. Bij naturalisatie wordt uitgegaan van de schrijfwijze van de namen zoals opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens. Deze inschrijving is gebaseerd op een (voldoende gelegaliseerd of van apostille voorzien) document of op een door betrokkene afgelegde verklaring onder eed of belofte (VOE). Indien betrokkene desondanks iets aan de schrijfwijze van zijn na(a)m(en) wenst te veranderen, moet hij die verandering voorafgaand bij de indiening van zijn verzoek om naturalisatie via burgerzaken bewerkstelligen (door het overleggen van de juiste bewijsstukken zoals een nieuwe beëdigde vertaling of nieuwe brondocumenten). Voor het herstellen van veronderstelde schrijf- of vertaalfouten in de na(a)m(en) zoals opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens is geen ruimte binnen de naturalisatieprocedure.
Indien zij daarom verzoeken, worden de in het verzoek begrepen minderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder, evenals de wettelijk vertegenwoordiger of de (andere) ouder als bedoeld in artikel 2, vierde lid, RWN in de gelegenheid gesteld hun zienswijze omtrent de naamsvaststelling of naamswijziging kenbaar te maken (artikel 42, vierde lid, BvvN). Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van model 2.9 ‘Brief zienswijze (mede)verlening Nederlanderschap (minderjarigen van 12 tot en met 15 jaar)’ en model 2.11 ‘Formulier zienswijze minderjarigen van 12 tot en met 15 jaar’ respectievelijk model 2.13 ‘Brief zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent (mede)verlening Nederlanderschap aan minderjarigen’ en model 2.15 ‘Formulier zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent naamsvaststelling kind(eren)’ of model 2.16 ‘Formulier zienswijze andere ouder/wettelijk vertegenwoordiger omtrent naamswijziging kind(eren)’.
In beginsel is het niet mogelijk dat een gehuwde vrouw bij de naturalisatie haar eigen geslachtsnaam laat wijzigen in die van haar (Nederlandse) echtgenoot. Immers, naar Nederlands recht mag de geslachtsnaam van de echtgenoot officieel niet worden toegevoegd aan de naam van de vrouw, noch draagt de vrouw rechtens de naam van haar echtgenoot. Wel is het toegestaan dat de vrouw in het maatschappelijk verkeer de geslachtsnaam van haar echtgenoot voert.
Echter, in sommige landen verkrijgt de vrouw bij het aangaan van het huwelijk van rechtswege of (later) op verzoek de geslachtsnaam van haar echtgenoot. In dat geval dient de vrouw te worden genaturaliseerd onder deze later verkregen geslachtsnaam (van haar echtgenoot), tenzij ze te kennen geeft dat zij behoefte heeft aan wijziging van haar geslachtsnaam in haar meisjesnaam. In dat geval kan zij, op grond van artikel 12, tweede lid, RWN weer haar meisjesnaam als geslachtsnaam krijgen. Het is daarom van belang dat de geslachtsnaam van gehuwde vrouwen niet alleen wordt beoordeeld aan de hand van de geboorteakte maar in voorkomend geval ook aan de hand van bijvoorbeeld de huwelijksakte en/of het paspoort.
Uitgangspunt van het naamrecht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is dat een minderjarig kind de geslachtsnaam van één van de ouders draagt. Hieruit vloeit voort dat kinderen die delen in de naturalisatie van de ouder onder bepaalde voorwaarden ook in de naamsvaststelling of naamswijziging van die ouder delen.
Een minderjarig kind kan, als daar door de (hoofd)verzoeker om verzocht wordt, in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker delen indien het:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én
de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijk vertegenwoordiger van het kind is.
Een minderjarig kind kan niet delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van:
de gezagsdrager die niet een ouder is; of
de echtgenoot/geregistreerd partner (van zijn ouder) die niet een ouder is.
In een dergelijk geval wordt het verzoek om naamsvaststelling of naamswijziging met betrekking tot het minderjarige kind beoordeeld zoals neergelegd in de paragrafen over naamsvaststelling en naamswijziging bij minderjarige kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.
Indien uit de basisadministratie persoonsgegevens niet blijkt of een minderjarig kind kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de (hoofd)verzoeker, kan dit worden aangetoond met een bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een buitenlandse rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Het gezag kan ook van rechtswege zijn ontstaan, bijvoorbeeld door een huwelijk.
Voor een minderjarig kind kan soms ook een andere naamsvaststelling of naamswijziging plaatsvinden dan voor de verzoeker met wie het kind meenaturaliseert. Daarnaast kan het voorkomen dat enkel de naam van het kind wordt vastgesteld of gewijzigd, terwijl de naam van de (hoofd)verzoeker hetzelfde blijft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een (zelfstandig) verzoek om naturalisatie voor een minderjarige is ingediend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Zie voor de uitwerking van de mogelijkheden voor deze situaties de paragrafen met betrekking tot minderjarige kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.
Heeft het kind gedeeld in naamsvaststelling of naamswijziging bij naturalisatie, dan kan zijn geslachtsnaam alsnog wijzigen als gevolg van latere erkenning of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dit in tegenstelling tot het geval dat de geslachtsnaam van het kind zelfstandig bij het naturalisatiebesluit is vastgesteld of gewijzigd.
Minder jarige kinderen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en die niet delen in de naturalisatie, delen in principe niet in de naamsvaststelling of naamswijziging. Voor hen geldt immers niet het Nederlands naamrecht, maar het naamrecht van het land van herkomst. Zij delen enkel in de naamsvaststelling of naamswijziging indien dat voortkomt uit het naamrecht van het land van herkomst.
Het spreekt voor zich dat kinderen die reeds de Nederlandse nationaliteit bezitten geen deel uitmaken van een verzoek om naturalisatie van hun ouders. Nederlandse kinderen delen daarom niet in de verkrijging van het Nederlanderschap. Ook delen zij niet automatisch in de eventuele naamsvaststelling of naamswijziging van hun ouders.
De tweejarige Abel is het eerste kind van een Nederlandse moeder en haar Pakistaanse echtgenoot. Omdat de vader van Abel een naamsketen draagt, verkrijgt Abel bij zijn geboorte de geslachtsnaam van zijn moeder: ‘Jansen’. Onlangs heeft de vader van Abel een verzoek om naturalisatie ingediend en thans wordt hem het Nederlanderschap verleend. Zijn geslachtsnaam wordt vastgesteld als ‘Khan’. Aangezien Abel de Nederlandse nationaliteit bezit, maakte hij geen deel uit van het verzoek om naturalisatie van zijn vader. Hij deelt daarom niet in de vaststelling van de geslachtsnaam van zijn vader en behoudt de bij zijn geboorte verkregen geslachtsnaam ‘Jansen’.
Onze Minister is gemachtigd correcties aan te brengen in een koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap. De machtiging is uitsluitend verleend om kennelijke administratieve misslagen in de vermelde persoonsgegevens van de verzoeker te herstellen. De kennelijke misslag dient een gevolg te zijn van (administratieve dan wel een vertalings-) onoplettendheid. Onder een ‘kennelijke administratieve misslag’ wordt niet verstaan het geval waarin de verzoeker na de verlening van het Nederlanderschap één of meer persoonsgegevens (namen, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland) wenst te corrigeren, omdat hij is genaturaliseerd onder onjuiste, maar wel door hem aangeleverde, persoonsgegevens. De doorlopende machtiging is verleend voor de volgende kennelijke misstellingen in naturalisatiebesluiten:
onjuiste vermelding van de voornaam en/of de geslachtsnaam;
onjuiste vermelding van de geboortedatum en/of geboorteplaats;
onjuiste vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam;
onjuiste spelling van een vastgestelde voornaam en/of geslachtsnaam;
het ten onrechte wijzigen van een voornaam en/of geslachtsnaam;
de onjuiste spelling van een gewijzigde voornaam en/of geslachtsnaam;
het abusievelijk niet vermelden van de wijziging van de voornaam en/of geslachtsnaam;
het abusievelijk niet vermelden van de vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam; én
het abusievelijk niet vermelden van de vaststelling van de voornaam en/of de geslachtsnaam van minderjarige kinderen.
Blijkt in de procedure dat een verzoeker met een naamsketen (namenreeks) niet wenst dat bij zijn naturalisatie een geslachtsnaam voor hem wordt vastgesteld, dan leidt dat tot een afwijzing van het naturalisatieverzoek op grond van niet-inburgering. Verzoeker voldoet alsdan niet aan de in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d RWN gestelde voorwaarde van ‘zich ook overigens in de Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba) hebben doen opnemen’.
In een voorkomend geval stelt Onze Minister (lees: IND-BES) verzoeker schriftelijk in de gelegenheid om aan te geven welke geslachtsnaam hij wenst en wijst verzoeker op het feit dat het achterwege blijven van een keuze voor een naamsvaststelling leidt tot afwijzing van het verzoek om naturalisatie.
Wettekst:
Indien de verzoeker geen geslachtsnaam of voornaam heeft of indien de juiste spelling daarvan niet vaststaat, zullen deze in overleg met hem worden vastgesteld bij het besluit waarbij het Nederlanderschap wordt verleend.
Naar het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba draagt een persoon in beginsel één geslachtsnaam en één of meerdere voornamen. Bij naturalisatie zal vaststelling van de namen of de spelling daarvan moeten plaatsvinden in de drie hierna beschreven situaties. Bij de naamsvaststelling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur.
Als sprake is van een namenreeks kan geen onderscheid worden gemaakt tussen de geslachtsnaam en de voornamen van de verzoeker.
Daarom moet in het kader van de optie- of naturalisatieprocedure naamsvaststelling plaatsvinden, als sprake is van een namenreeks.
Onder andere de volgende landen kunnen een zogenaamde namenreeks kennen:
Afghanistan;
Bahrein;
Bangladesh;
Democratische Republiek Congo;
Djibouti;
Egypte;
Eritrea;
Ethiopië;
India;
Indonesië;
Irak;
Jemen;
Jordanië;
Kuwait;
Myanmar (Birma);
Nepal;
Niger;
Pakistan;
Qatar;
Saoedi-Arabië;
Soedan;
Somalië;
Sri Lanka;
Tsjaad;
Verenigde Arabische Emiraten; en
Zuid-Soedan.
Voor verzoekers afkomstig uit een land waarin een namenreeks kan voorkomen (zie hierboven) bestaat een grote kans dat naamsvaststelling moet plaatsvinden. Oók wanneer hun namen met onderscheid tussen voornamen en geslachtsnaam in de basisregistratie zijn opgenomen. Voor verzoekers, afkomstig uit een land waarin een namenreeks kan voorkomen, die al in de basisregistratie met een voornaam en geslachtsnaam zijn geregistreerd op basis van een (gelegaliseerde) geboorteakte, hoeft niet alsnog naamsvaststelling plaats te vinden.
Als sprake is van een namenreeks moet een enkelvoudige geslachtsnaam te worden vastgesteld die overeenkomt met de naam van de (voor)ouder. Draagt verzoeker een namenreeks waarin niet een naam van een (voor)ouder voorkomt, dan dient één van zijn eigen namen te worden vastgesteld als geslachtsnaam en de andere eigen naam als voornaam.
Behoudens voorvoegsels (bijvoorbeeld Ben, El, Al, etc.) en achtervoegsels (bijvoorbeeld Zade(h) is het niet toegestaan om een dubbele of samengestelde geslachtsnaam vast te stellen. Staat de verzoeker, na schriftelijk in de gelegenheid te zijn gesteld door de Onze Minister (lees: IND-BES) om aan te geven welke enkelvoudige geslachtsnaam hij wenst, nog steeds op naturalisatie met een dubbele of samengestelde geslachtsnaam anders dan toegestaan in de voorgaande zin, dan wordt het naturalisatieverzoek om die reden afgewezen.
Een verzoeker komt uit Soedan en heeft de volgende namenreeks: ‘Mariam el Amin Mohamed Abbas’. Zij is meerderjarig en dient een verzoek om naturalisatie in. Aangezien Mariam uit Soedan komt en een namenreeks heeft, moet er bij naturalisatie vaststelling van haar namen plaatsvinden. Uit de gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens blijkt dat de namenreeks van haar vader ‘El Amin Mohamed Abbas Osman’ luidt. In dit geval mag Mariam iedere naam uit haar namenreeks als voorna(a)m(en) laten vaststellen. In het vaststellen van haar geslachtsnaam is zij beperkt, daarvoor kan zij alleen ‘El Amin’, ‘Mohamed’ of ‘Abbas’ kiezen. Deze namen komen immers zowel in haar eigen namenreeks als in de namenreeks van haar vader voor.
Indien de naam slechts bestaat uit één bestanddeel wordt deze naam in beginsel vastgesteld als voornaam. De geslachtsnaam wordt dan vastgesteld overeenkomstig de naam van de (voor)ouder. In voorkomende gevallen kan ook een gedeelte van de naam van betrokkene worden vastgesteld als geslachtsnaam en het andere gedeelte wordt dan vastgesteld als voornaam.
De naam van de Afghaanse Nilab bestaat uit één bestanddeel. Zij verzoekt om bij naturalisatie haar voornaam vast te stellen als ‘Nilab’ en haar geslachtsnaam als ‘Hassan’. ‘Hassan’ is de geslachtsnaam van haar reeds tot Nederlander genaturaliseerde echtgenoot. Dit is echter niet mogelijk. Nilab moet een naam van een (voor)ouder laten vaststellen als geslachtsnaam. Ook zou zij ervoor kunnen kiezen om haar huidige naam op te delen in twee gedeelten, bijvoorbeeld ‘Ni Lab’. Uit de geboorteakte van Nilab blijkt dat haar vader ‘Hamid Saraj’ heet. Nilab besluit daarom om haar voornaam vast te stellen als ‘Nilab’ en haar geslachtsnaam als ‘Saraj’.
Indien de namen van de verzoeker in documenten van gelijke rangorde (bijvoorbeeld twee uittreksels van de geboorteakte) op uiteenlopende wijze worden gespeld, dient naamsvaststelling plaats te vinden. Naamsvaststelling is dus niet vereist indien de namen van de verzoeker weliswaar in verschillende documenten op uiteenlopende wijze worden gespeld, maar deze documenten niet van gelijke rangorde zijn.
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, draagt volgens zijn gelegaliseerde geboorteakte (en volgens de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling) de geslachtsnaam ‘Fernandez’. Echter, hij gaat al sinds jaar en dag door het leven met de geslachtsnaam ‘Hernandez’. In zijn paspoort en huwelijksakte staat dan ook de naam ‘Hernandez’. Verzoeker heeft nooit pogingen ondernomen zijn naam te laten corrigeren in het Venezolaanse bevolkingsregister.
In dit geval zal géén naamsvaststelling plaatsvinden. Weliswaar wordt de geslachtsnaam in verschillende documenten op uiteenlopende wijze gespeld, maar deze documenten zijn niet van gelijke rangorde. Uitgangspunt voor de naturalisatie is dan ook de geslachtsnaam die is vermeld in de geboorteakte. Verzoeker wordt dus, zonder verdere naamsverklaring, genaturaliseerd onder de geslachtsnaam ‘Fernandez’.
In paragraaf 1.3 van Toelichting algemeen op artikel 12 RWN is weergegeven in welke gevallen een minderjarig kind dat deelt in de naturalisatie van de ouder ook kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van die ouder. Delen in de naamsvaststelling of naamswijziging is mogelijk indien het kind:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de (hoofd)verzoeker (ouder); én
de (hoofd)verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het minderjarige kind is.
Het kan ook voorkomen dat de (hoofd)verzoeker niet verzoekt zijn minderjarige kind te laten delen in zijn naamsvaststelling of naamswijziging. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de situatie waarbij de (hoofd)verzoeker verzoekt om naamsvaststelling van de geslachtsnaam van het kind conform de geslachtsnaam of een naam uit de namenreeks van de andere ouder, terwijl deze andere ouder Nederlander is of niet tegelijkertijd naturaliseert. Deze naamsvaststelling is mogelijk indien de gewenste geslachtsnaam (die van de oudere ouder) ook in de namenreeks van het kind zelf voorkomt.
Komt de gewenste geslachtsnaam alleen voor in de naam of namenreeks van de andere ouder en niet in de namenreeks van minderjarige kind, dan kan deze naam alleen als geslachtsnaam van het minderjarige kind worden vastgesteld als is aangetoond dat deze andere ouder daadwerkelijk een (juridische) ouder van betrokkene is (en als zodanig in de basisadministratie persoonsgegevens geregistreerd).
Voor het Pakistaanse minderjarige kind ‘Mohammad Jafar Houssien’ is door zijn moeder om medenaturalisatie verzocht. De vader van de minderjarige jongen, ‘Jafar Houssien Mahmoud’, verblijft nog in het land van herkomst. ‘Farida Abdullah’, de moeder van ‘Mohammad Jafar Houssien’ wil echter graag dat voor haar zoon een naam uit de namenreeks van haar echtgenoot als geslachtsnaam wordt vastgesteld. Omdat zowel de naam ‘Jafar’ als de naam ‘Houssien’ voorkomen in zowel de naam van de vader als die van de zoon, kunnen deze namen als geslachstnaam worden vastgesteld. De geslachtsnaam ‘Mahmoud’ kan voor ‘Mohammad Jafar Houssien’ alleen vastgesteld worden als is aangetoond dat ‘Jafar Houssien Mahmoud’ daadwerkelijk de (juridische) vader is van de jongen.
Een minderjarig kind waarvan de naam uit één bestanddeel bestaat, deelt in beginsel in de naamsvaststelling van de (hoofd)verzoeker. Indien gewenst kan echter ook een naam van de andere ouder (of een voorouder) als geslachtsnaam van het kind worden vastgesteld als is aangetoond dat deze andere (voor)ouder daadwerkelijk een (voor)ouder van het minderjarige kind is (en dus als zodanig in de basisadministratie persoonsgegevens is geregistreerd op grond van een geboorteakte).
Bij wijze van uitzondering op de in paragraaf 1 van de toelichting bij artikel 12, eerste lid, RWN geformuleerde beleidsregel, kan een meerderjarige (in beperkte gevallen) bij naturalisatie een geslachtsnaam laten vaststellen die niet in zijn eigen namenreeks voorkomt. Dit is alleen mogelijk in het geval de gewenste geslachtsnaam afkomstig is van één van de juridische ouders van de meerderjarige én als die naam reeds voor andere leden van het (kern) gezin als geslachtsnaam is vastgesteld bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Dit is dus alleen mogelijk als de andere gezinsleden éérder dan de meerderjarige tot Nederlander zijn genaturaliseerd.
De Egyptische ‘Kamal Abdel Walad’ naturaliseert tot Nederlander en stelt daarbij voor hem en zijn twee meenaturaliserende minderjarige kinderen ‘Amina Kamal Walad’ en Leila Abdel Kamal’ de geslachtsnaam ‘Walad’ vast. Een half jaar nadat vader ‘Kamal Abdel Walad’ en zijn twee dochters het Nederlanderschap hebben verkregen, dient ‘Ashraf Kamal Abdel’ de negentienjarige zoon van de heer Walad een verzoek om naturalisatie in. Hoewel de naam ‘Walad’ niet voorkomt in de namenreeks van ‘Ashraf Kamal Abdel’, kan hij toch deze geslachtsnaam laten vaststellen aangezien zijn vader en twee jongere zusjes reeds deze naam als geslachtsnaam dragen.
Wettekst:
De naam van de verzoeker wordt zonodig in de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens overgebracht en kan, indien dit voor de inburgering van belang is, met toestemming van de verzoeker bij het besluit tot verlening van het Nederlanderschap worden gewijzigd.
Hierbij moet worden gedacht aan overbrenging van de namen vanuit bijvoorbeeld het Arabisch, Chinees of Cyrillisch schrift naar het Latijns schrift. Met betrekking tot deze overbrenging dient altijd te worden overlegd met de verzoeker (artikel 42, derde lid, BvvN). Voor de transcriptie is echter géén expliciete toestemming van de verzoeker vereist.
Verzoeker is geboren in Egypte en heeft de Egyptische nationaliteit. Zijn geboorteakte is vanuit het Arabisch schrift overgebracht in het Latijns schrift. Volgens deze vertaling, opgesteld door een beëdigd vertaler, heeft verzoeker de naamsketen ‘Sayeed Muhammad Ben Sawi’, maar in alle overige overgelegde documenten is de tweede naam gespeld als ‘Mohamed’. Verzoeker verklaart dat hij sinds jaar en dag door het leven gaat met de naam ‘Mohamed’ en dat hij onder deze naam wenst te worden genaturaliseerd. Uitgangspunt voor de transcriptie is dat de namen worden omgezet over evenkomstig de door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling van de geboorteakte. Tenzij betrokkene vóór de indiening van zijn verzoek een andere vertaling van een beëdigd vertaler overlegt, worden zijn voornamen vastgesteld als ‘Sayeed Muhammad’ en zijn geslachtsnaam als ‘Ben Sawi’.
Wijziging van de namen in het kader van de naturalisatieprocedure geschiedt uitsluitend wanneer verzoeker te kennen geeft daaraan behoefte te hebben én dit gelet op de inburgering van belang is. Een verzoeker kan dus niet worden verplicht tot naamswijziging. In geval van naamswijziging wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de door de betrokkenen uitgesproken voorkeur.
Wijziging van de geslachtsnaam enerzijds, en wijziging van de geslachtsnaam en voorna(a)m(en) anderzijds, zijn mogelijk in uitsluitend de volgende gevallen:
indien verzoeker een samengestelde geslachtsnaam heeft (bijvoorbeeld Spanje, Portugal, Latijns-Amerika). Een van beide delen van de naam kan de nieuwe geslachtsnaam worden, ongeacht of het betreffende gedeelte van de vader of de moeder is;
indien een vrouw door of in verband met haar huwelijk de geslachtsnaam van haar echtgenoot heeft verkregen (bijvoorbeeld Polen, Turkije). De naam kan in dat geval worden gewijzigd in de meisjesnaam;
indien een persoon een verbogen geslachtsnaam heeft. De geslachtsnaam kan in dat geval worden gewijzigd in de niet-verbogen naam (bijvoorbeeld wijziging van ‘Bonova’ in ‘Bonov’);
indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van verzoeker moeilijk uitspreekbaar zijn (bijvoorbeeld namen van personen afskomstig uit China, Polen, Tsjechië of Slowakije). Zo kan bijvoorbeeld ‘Brzinski’ worden gewijzigd in ‘Barzinski’;
indien de geslachtsnaam (of de geslachtsnaam én voornamen) van de verzoeker naar Nederlandse opvatting of opvatting in Bonaire, Sint Eustatius of Saba bespottelijk of onwelvoeglijk zijn.
Een samengestelde geslachtsnaam is een naam die bestaat uit twee of meer delen. Het ene deel is normaal gesproken afkomstig van vaderskant en het andere deel is afkomstig van moederkant. Niet iedere geslachtsnaam die uit meerdere namen bestaat, is dus een samengestelde geslachtsnaam.
Met name in Oost-Europese landen wordt soms bij namen van vrouwen als achtervoegsel een ‘-a’ aan de geslachtsnaam toegevoegd. Deze verbuiging naar een vrouwelijke vorm kan bij de naturalisatie tot Nederlander ongedaan worden gemaakt als daarom wordt verzocht. Het omgekeerde, een (vrouwelijke) verbuiging toevoegen, is bij naturalisatie echter niet mogelijk omdat naar het naamrecht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet de mogelijkheid biedt tot het verbuigen van namen.
Bij voorkeur worden de geslachtsnamen gewijzigd door omzetting (of toevoeging of weglating) van enkele letters of door toevoeging van een voor-of achtervoegsel.
Voor wijziging van uitsluitend de voornamen bestaat in de naturalisatieprocedure geen ruimte. De voornamen kunnen slechts gelijktijdig met de geslachtsnaam worden gewijzigd en ook hier geldt: uitsluitend indien dit voor de inburgering van belang is.
Indien de verzoeker uitsluitend zijn voornaam wenst te wijzigen, kan hij zonodig worden geattendeerd op de verzoekschriftprocedure bij de rechter in eerste aanleg (artikel 1:4, vierde lid, BW-BES) of bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Verzoeker heeft de Russische nationaliteit en bezit volgens zijn (Russische) geboorteakte een patronymicum. Hij staat (derhalve) ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) met het patronymicum. Verzoeker verklaart echter dat hij zonder het patronymicum wenst te worden genaturaliseerd. Het Russisch patronymicum is een tussennaam (‘otchestvo’ in het Russisch), gebaseerd op de eerste naam van de vader. Het Russisch patronymicum maakt geen onderdeel uit van de geslachtsnaam. Als tussennaam kan het patronymicum uitsluitend in combinatie met de geslachtsnaam worden gewijzigd dan wel vervallen, en dan uitsluitend wanneer dit voor de inburgering van belang is.
In paragraaf 1.3 van Toelichting algemeen op artikel 12 RWN is weergegeven in welke gevallen een minderjarig kind dat deelt in de naturalisatie van de ouder ook kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van die ouder. Delen in de naamsvaststelling of naamswijziging is mogelijk indien het kind:
minderjarig is; én
deelt in de naturalisatie van de (hoofd)verzoeker (ouder); én
de (hoofd)verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het minderjarige kind is.
Daarnaast mag de geslachtsnaam van alleen het kind in het kader van de inburgering gewijzigd worden terwijl de geslachtsnaam van de (hoofd)verzoeker ongewijzigd blijft. Dit is mogelijk als één van de situaties zich voldoet die hierboven in paragraaf 2 ‘Naamswijziging’ beschreven zijn onder punt 3. ‘Verbogen geslachtsnaam’ 4. ‘Onuitspreekbare naam’ en 5 ‘Bespottelijke of onwelvoeglijke naam’. Aangezien aan de namen zoals opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens zo min mogelijk wordt gesleuteld bij naturalisatie tot Nederlander, vindt de wijziging in beginsel plaats door het verwijderen of toevoegen van één of enkele letters.
Het kan voorkomen dat de andere ouder reeds het Nederlanderschap heeft verkregen en dat zijn geslachtsnaam daarbij op zijn verzoek is gewijzigd. Dan kan voor het minderjarige kind bij (mede)naturalisatie, indien daarom wordt verzocht, dezelfde naamswijziging plaatsvinden. Dit mag echter alleen als het kind (mede) onder het gezag van deze andere Nederlandse ouder staat.
Moeder ‘Natalya Vladimirovna’ is met haar dochter ‘Ekatarina Grzska’ naar Nederland gekomen om bij haar partner te gaan wonen. Bij haar naturalisatie tot Nederlander laat moeder haar geslachtsnaam ongewijzigd. Ze verzoekt echter wél om geslachtsnaamwijziging voor haar meenaturaliserende dochter Ekatarina. Ze heeft namelijk de wens dat de geslachtsnaam van haar dochter beter uitspreekbaar wordt voor Nederlanders. Omdat de geslachtsnaam ‘Grzska’ moeilijk uitspreekbaar is voor Nederlanders, zou in dit geval de geslachtsnaam gewijzigd kunnen worden in ‘Grazeska’ of ‘Grezska’.
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010