Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 15

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Onder “bedrijf” wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan’ Onder ‘Gouverneur’ wordt voor de toepassing van deze wet verstaan de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES. Voorts wordt voor de toepassing van deze wet onder ‘bedrijf’ verstaan: b. ‘2°. waarvan de oprichting een investering vergt van tenminste f. 250.000,– in de eilandgebieden Curaçao en St. Maarten dan wel tenminste f. 150.000,– in een der overige eilandgebieden; en 3°. die aan tenminste vijf in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. b. een onderneming tot exploitatie van hotels of andere gelegenheden tot verblijf en ontspanning, welke gericht is op de bevordering van het vreemdelingenbezoek aan de Nederlandse Antillen, waarvan verwacht kan worden dat zij zal bijdragen tot verbreding van de economische basis van de Nederlandse Antillen, en waarvan de bouw en eerste inrichting een investering vergt van ten minste f. 1.000.000,– in de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten dan wel ten minste f. 500.000,– in een der overige eilandgebieden.’ 2°. waarvan de oprichting een investering vergt van ten minste f. 150.000,– in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en 3°. die aan ten minste vijf in Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Curaçao of Sint Maarten geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. b. een onderneming tot exploitatie van hotels of andere gelegenheden tot verblijf en ontspanning, welke gericht is op de bevordering van het vreemdelingenbezoek aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarvan verwacht kan worden dat zij zal bijdragen tot verbreding van de economische basis van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en waarvan de bouw en eerste inrichting een investering vergt van ten minste f. 500.000,– in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba. c. ‘3. De bedragen genoemd in dit artikel dienen binnen twee jaren na dagtekening van het landsbesluit, bedoeld in artikel 5, te worden besteed.’ 3. De bedragen, genoemd in dit artikel, dienen binnen twee jaren na dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 5, te worden besteed. d. ‘2. Bij landsbesluit kan na overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling worden verleend van invoerrechten’ 2. Bij beschikking kan na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam vrijstelling worden verleend van invoerrechten e. ‘2. In het in artikel 5 bedoelde landsbesluit kan, in afwijking van de bepalingen van deze landsverordening, worden bepaald dat:’ 2. In de in artikel 5 bedoelde beschikking kan, in afwijking van de bepalingen van deze wet, worden bepaald dat: f. ‘De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij landsbesluit’ De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij beschikking. g. ‘Het in het vorig artikel bedoelde landsbesluit kan na overleg met het bestuurscollege en de belanghebbende gehoord, worden ingetrokken indien blijkt, dat:’ De in het vorige artikel bedoelde beschikking kan na overleg met het bestuurscollege en de belanghebbende gehoord, worden ingetrokken indien blijkt, dat: h. ‘2. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder letter a gestelde geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de ministeriële regeling. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder de letters b en c gestelde kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de ministeriële regeling geschieden.’ 2. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdelen b en c, kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking geschieden. i. ‘Indien een onderneming, ten aanzien waarvan is verklaard dat zij als een bedrijf in de zin van deze landsverordening moet worden aangemerkt, door een andere hier te lande opgerichte naamloze vennootschap dan die welke in het betreffende landsbesluit wordt genoemd, wordt overgenomen en voortgezet, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd.’ Indien een onderneming, ten aanzien waarvan is verklaard dat zij als een bedrijf in de zin van deze wet moet worden aangemerkt, door een andere in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba opgerichte naamloze vennootschap dan die welke in de betreffende beschikking wordt genoemd, wordt overgenomen en voortgezet, wordt de beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd. j. ‘het landsbesluit bedoeld in artikel 5’ de beschikking, bedoeld in artikel 5 k. ‘in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES l. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 2. In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen b en c, 10, 11 en 21 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet genoemde verordening geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel