Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 16

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘f. olie-industrie: een industrie, gericht op olieraffinage dan wel op de vervaardiging van machines, ander materieel of onderdelen daarvan bestemd voor gebruik bij exploratie, winning of transport van olie en gas hier te lande of bij olieraffinage hier te lande.’ f. olie-industrie: een industrie, gericht op olieraffinage dan wel op de vervaardiging van machines, ander materieel of onderdelen daarvan bestemd voor gebruik bij exploratie, winning of transport van olie en gas in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of bij olieraffinage in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; g. Gouverneur: de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES. b. ‘a. een investering vergt van tenminste f. 250.000,– in het eilandgebied Curaçao dan wel tenminste f. 150.000,– in een der overige eilandgebieden,’ a. een investering vergt van ten minste f. 150.000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, c. ‘c. aan tenminste vijf in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen.’ c. aan ten minste vijf op Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Curaçao of Sint Maarten geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. d. ‘6. De Gouverneur beslist bij landsbesluit op het verzoek om vrijstelling van belasting na overleg met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied.’ 6. De Gouverneur beslist bij beschikking op het verzoek om vrijstelling van belasting na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam. e. ‘2. In het landsbesluit kan onder meer worden bepaald dat: a. de vrijstelling zal zijn beperkt tot de daarin aangegeven percentages; b. de vrijstelling een of meer van de in artikel 2 genoemde belastingen zal omvatten; c. de duur van de vrijstelling, met in achtneming van het gestelde in het eerste lid van dit artikel, voor de verschillende belastingen verschillend kan zijn.’ 2. In de in artikel 3, zesde lid, bedoelde beschikking kan onder meer worden bepaald dat: a. de vrijstelling zal zijn beperkt tot de daarin aangegeven percentages; b. de vrijstelling een of meer van de in artikel 2 genoemde belastingen zal omvatten; c. de duur van de vrijstelling, met inachtneming van het gestelde in het eerste lid van dit artikel, voor de verschillende belastingen verschillend kan zijn. f. ‘doch uiterlijk tot het jaar 2015’ doch uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode, bedoeld in artikel 13a van de Wet geldstelsel BES g. ‘waarvan in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ waarvan ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES h. ‘Een krachtens artikel 3 vastgesteld landsbesluit’ Een krachtens artikel 3 vastgestelde beschikking i. ‘a. door of namens de belanghebbende onjuiste gegevens worden verstrekt, welke van invloed waren op de totstandkoming van het landsbesluit;’ a. door of namens de belanghebbende onjuiste gegevens worden verstrekt, welke van invloed waren op de totstandkoming van de beschikking; j. ‘2. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder de letter a gestelde geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van het landsbesluit. Intrekking op grond van het aldaar onder de letters b en c gestelde kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van het landsbesluit geschieden.’ 2. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdelen b en c, kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking geschieden. k. ‘3. Indien de industrie wordt overgenomen en voortgezet door een andere naamloze vennootschap, welke voldoet aan het bepaalde in artikel 3 of indien het een industrie betreft als bedoeld in artikel 5, in artikel 3 met uitzondering van het vierde lid, onderdeel a, en in artikel 5, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd.’ 3. Indien de industrie wordt overgenomen en voortgezet door een andere naamloze vennootschap, welke voldoet aan het bepaalde in artikel 3 of indien het een industrie betreft als bedoeld in artikel 5, in artikel 3 met uitzondering van het vierde lid, onderdeel a, en in artikel 5, wordt de beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd. l. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 2. In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen d en e, en 18 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet genoemde verordening geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel