Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 1

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Aruba, Nederland’ Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Nederland b. ‘strafrechter van de Nederlandse Antillen’ strafrechter die bevoegd is op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba c. ‘geldsommen betaald aan het Land de Nederlandse Antillen’ geldsommen betaald aan het Rijk d. ‘Belastingregeling voor het Koninkrijk’ Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland, bedoeld in artikel 13f, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES e. ‘waarde van de woning voor de toepassing van de grondbelasting’ waarde van de woning voor de toepassing van de in de voormalige Nederlandse Antillen geldende Grondbelastingverordening 1908 f. ‘uit de lands- of eilandskas bezoldigde ambten’ uit ’s Rijks schatkist of de kas van een openbare lichaam bezoldigde ambten g. ‘naar Nederlands-Antilliaans recht’ naar het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht h. ‘bedraagt de belasting’ bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbaar inkomen dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat i. ‘waarmee het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen een overeenkomst heeft gesloten’ waarmee het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van het voormalige land de Nederlandse Antillen j. ‘Een ieder die op grond van een eilandsverordening of een eilandsbesluit als inhoudingsplichtige is aangewezen’ Een ieder die, op het moment direct voorafgaand aan het moment waarop de overgangsperiode, bedoeld in artikel 13a van de Wet geldstelsel BES, aanvangt op grond van een eilandsverordening of een eilandsbesluit als inhoudingsplichtige is aangewezen 2. In de overgangsperiode vinden de artikelen 36 en 41, onderdeel B, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde verordening geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel