**1.** Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
II
III
a.
‘Inspecteur: In het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; In het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; In de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’
Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES
b.
‘Ontvanger: de Landsontvanger’
Ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES
c.
‘artikel 10 van de Curaçaosche Mijnwet (P.B. 1909, no.41)’
artikel 1 van de Mijnwet BES
d.
‘artikel 10 van de Curaçaosche Mijnwet (P.B. 1909, no.43)’
artikel 1 van de Mijnwet BES
e.
‘2. De formulieren voor de aangiftebiljetten worden vastgesteld door de Gouverneur’
2. De formulieren voor de aangiftebiljetten worden vastgesteld door Onze Minister van Financiën
**2.** In de overgangsperiode vinden in artikel 34 van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet genoemde verordening het tweede en derde lid geen toepassing.
Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk II › § 22
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010