Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 26

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1961 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting, de grondbelasting en de gebruiksbelasting, alsmede van de op die belastingen geheven opcenten’ De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting, de grondbelasting en de gebruiksbelasting, alsmede van de op die belastingen geheven opcenten in het openbare lichaam Bonaire b. ‘slechts worden verleend na goedkeuring door het bestuurscollege’ slechts worden verleend na goedkeuring door de directeur, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen c. ‘Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als “Invorderingsverordening 1961” en wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van 1 januari 1961’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Invorderingsverordening 1961’ d. ‘Met ingang van die datum houden de bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de "Landsverordening van de 31e december 1942 op de invordering van directe belastingen" zoals gewijzigd en aangevuld, voor wat betreft de invordering vanwege het eilandgebied Bonaire op te gelden’ De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de invordering van directe belastingen’, gelden niet voor wat betreft de invordering in het openbaar lichaam Bonaire 2. In de overgangsperiode vindt artikel 13 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Invorderingsverordening 1961 geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel