**1.** Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de landsverordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
II
III
a.
‘het recht van de Nederlandse Antillen’
het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht
b.
‘het recht van de Nederlandse Antillen, Nederland of Aruba’
het recht van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten of het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, Nederland geldende recht
c.
‘vennootschap, die niet binnen de Nederlandse Antillen, Aruba of Nederland is gevestigd’
vennootschap, die niet binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland is gevestigd
d.
‘de Nederlands-Antilliaanse winstbelasting’
de in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende winstbelasting
e.
‘het Nederlands-Antilliaanse winstbelastingtarief’
het winstbelastingtarief, genoemd in de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940
f.
‘Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen (P.B. 1985, no.l46), waaraan op haar daartoe strekkend verzoek door de Gouverneur in overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling van belasting is verleend;’
in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen, waaraan vrijstelling van belasting is verleend;
g.
‘mits aan dat lichaam op haar daartoe strekkend verzoek door de Gouverneur in overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling van de belasting is verleend’
mits aan dat lichaam vrijstelling van de belasting is verleend
h.
‘artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58)’, ‘artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58) (P.B. 1999, no. 244)’
artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940
i.
‘strafrechter van de Nederlandse Antillen’
strafrechter die bevoegd is op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
j.
‘geldsommen betaald aan het Land de Nederlandse Antillen’
geldsommen betaald aan het Rijk
k.
‘naar Nederlands-Antilliaanse maatstaven’
gelet op de in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende winstbelasting
l.
‘het ontgaan van Nederlands-Antilliaanse belasting’
het ontgaan van belasting in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
m.
‘1. Deze landsverordening treedt in werking met ingang van 1 mei 1940.
2. Zij kan worden aangehaald als: “Landsverordening op de Winstbelasting 1940”.’
Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940’.
**2.** In de overgangsperiode vinden de artikelen 4A en 24B van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet genoemde verordening geen toepassing.
Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk II › § 3
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010