**1.** In afwijking van artikel 4.1 is de vreemdeling voor een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet geen leges verschuldigd indien:
deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt;
deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 4.6, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt;
het minderjarige kind van de vreemdeling, die verblijf heeft op grond van artikel 5.2, eerste lid, onder k, van het besluit, een aanvraag indient tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit;
de vreemdeling in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 6 van de Wet, om redenen verband houdend met bescherming van de vreemdeling als bedoeld in artikel 12a van de Wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Artikel 4.3
Onderdeel van Regeling toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015