Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Vrijwilligers

Onderdeel van Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010

Aan een vreemdeling die vrijwilligerswerk verricht in de openbare lichamen kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie artikel 5.2, eerste lid, onder m, BTU-BES). De verblijfsvoorwaarden voor dit verblijfsdoel zijn hieronder uitgewerkt in beleidsregels. Een vrijwilliger is een natuurlijke persoon die deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient. Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor maximaal 12 weken binnen een periode van 52 weken, dan is hiervoor geen TWV vereist. Aangezien de vreemdeling in dat geval ook binnen de vrije termijn verblijft, hoeft hij ook geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan te vragen. Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor langer dan 12 weken, dan is hiervoor wel een TWV vereist en moet de vreemdeling ook een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’. Dit is een tijdelijk verblijfsrecht dat voor maximaal één jaar kan worden verleend. Na één jaar kan de verblijfsvergunning niet meer worden verlengd. geldige MVV (zie artikel 9, eerste lid, onder a, en derde lid, WTU-BES en artikel 5.30 BTU-BES); geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.31 BTU-BES); geldige TWV voor het verrichten van vrijwilligerswerk (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES); zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en de artikelen 5.32 tot en met 5.34 BTU-BES); geen gevaar voor de openbare orde (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU- BES); bereidheid een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES, artikel 5.35 BTU-BES en artikel 4.3 RTU-BES); verrichten van vrijwilligerswerk (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES); ondertekening bewustverklaring tijdelijk verblijfsrecht (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES). Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in hoofdstuk 3. Middelen van bestaan zijn in geval van een beoogd verblijf als vrijwilliger voldoende als de vreemdeling een voor het betreffende vrijwilligerswerk naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt. Wat een gebruikelijk salaris of een gebruikelijke vergoeding is voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk, wordt beoordeeld in het kader van de aanvraag om verlening van een TWV. Als een TWV voor het beoogde vrijwilligerswerk is afgegeven door de RCN-unit SZW, dan kan ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling een gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt voor zijn werkzaamheden als vrijwilliger en dat daarmee aan de onder d genoemde voorwaarde wordt voldaan. ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; kopie geldig document voor grensoverschrijding; indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv welke is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel; geldige TWV voor het verrichten van vrijwilligerswerk; ondertekende antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier); gelegaliseerde/geapostileerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag); indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC; bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier); schriftelijke garantstelling door een solvabele derde; ondertekende bewustverklaring tijdelijk verblijfsrecht. Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler. Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie men als vrijwilliger werkt, mits deze solvabel is. Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie de hoofdpersoon als vrijwilliger werkt. De organisatie voor wie vrijwilligerswerk wordt verricht wordt geacht solvabel te zijn als daaraan een TWV is verleend voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als vrijwilliger’. Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld. Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting; een door de organisatie waarvoor men vrijwilligerswerk verricht ondertekende schriftelijke garantstelling. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’ kan worden verleend voor de duur waarvoor de TWV is afgegeven, met een maximum van één jaar (zie artikel 5.25 BTU-BES). Beleidsregel: De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt daarna niet verlengd. Beleidsregel: Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de vrijwilliger kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES). Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/vrijwilliger is tijdelijk (zie artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES). Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend. Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen naar hoofdstuk 11 CTU-BES. In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel