Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen

Onderdeel van Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010

Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil. Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie. Buitenlandse pleegkinderen zijn minderjarige kinderen die om welke reden dan ook thuis (in het buitenland) niet meer kunnen opgroeien en in een pleeggezin worden geplaatst waarbij de pleegouders feitelijk de verzorging over de kinderen van de ouders overnemen, maar niet juridisch de ouders van het kind worden. Gereserveerd In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden: de vreemdeling is minderjarig; de vreemdeling wil verblijven in het gezin van een of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 7 WTU-BES; het kind bloed- of aanverwant is van de verblijfgever; in het land van herkomst is voor de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister geen aanvaardbare toekomst weggelegd; de aspirant-pleegouders zijn in staat de vreemdeling een goede opvoeding en verzorging te geven; bij de aanvraag wordt een medische verklaring overgelegd en een garantverklaring ondertekend; de aspirant-pleegouders hebben het gezag over het kind; de aspirant-pleegouders dienen zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en artikel 5.33 BTU-BES). Verblijf als pleegkind kan alleen worden verleend wanneer de verblijfgever de grootouder, broer, zuster, oom of tante van het pleegkind is. Het is niet mogelijk een vast kader te geven wanneer wel of geen sprake is van een onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst. Bij elke aanvraag wordt gekeken naar de individuele omstandigheden van het kind. Hierbij wordt gekeken naar de omstandigheden waaronder het kind leeft in het land van herkomst en de omstandigheden waaronder kinderen in vergelijkbare situaties in dat land leven. Zo zijn factoren als armoede, alleenstaande ouders en werkloosheid op zichzelf geen factoren die van belang zijn bij de beslissing of een minderjarige wel of niet als pleegkind naar de openbare lichamen kan komen. Dit kunnen omstandigheden zijn die voor vele gezinnen met kinderen of alleenstaande ouders met kinderen gelden. Wanneer deze omstandigheden er echter voor zorgen dat het kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd in dat land, wordt uitgesloten van zaken als bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg en daardoor niet in staat zal zijn voor zichzelf een goede toekomst op te bouwen, dan wegen deze factoren, voor dat specifieke kind, anders. De aspirant pleegouders overleggen een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door de ouders of familieleden die in het land van herkomst wonen al dan niet met (financiële) steun van familieleden die in de openbare lichamen verblijven. Zo nodig wint Onze Minister aanvullende gegevens in bij de Voogdijraad over de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. De aanvraag wordt afgewezen als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind niet blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. De Voogdijraad doet hier een uitspraak over. Uit de medische verklaring moet blijken dat het kind is getest op TBC. Een onderzoek op TBC is verplicht, tenzij het kind de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen die zijn vrijgesteld van de verplichting een TBC onderzoek te ondergaan. Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel WTU-BES afgewezen. De aanvraag wordt afgewezen als niet door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger, of (indien zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist. De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben. De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind. De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. Als het familielid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt een echtgenoot of partner heeft, kan het inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van het gezinsinkomen. Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in artikel art. 3.9, lid 2, onder c, BTU-BES geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde partner. ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; kopie geldig document grensoverschrijding; indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel; uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer het pleegkind staat ingeschreven in de openbare lichamen; bijlage inkomensverklaring pleegouders en volledig ingevulde garantverklaring; bewijs van rechtmatig verblijf van de aspirant-pleegouders; medische verklaring en als uit de medische verklaring niet blijkt dat het kind, voor zover dat op grond van zijn nationaliteit niet is vrijgesteld van een onderzoek naar TBC aan de luchtwegen, een onderzoek op TBC heeft ondergaan, bewijs van TBC controle; gegevens Voogdijraad waaruit blijkt dat ingestemd wordt met het verblijf van het pleegkind; instemmingsverklaring van de ouders of wettelijke vertegenwoordigers dan wel van de autoriteiten van het land van herkomst dat zij instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier); bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders het gezag over het pleegkind hebben; een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden in het land van herkomst; gelegaliseerde/geapostilleerde bescheiden waaruit de familierelatie tussen het pleegkind en de aspirant-pleegouders blijkt; vanaf 12 jaar: gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag); Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler. De verblijfsvergunning voor verblijf als buitenlands pleegkind wordt verleend onder de beperking ‘Verblijf bij ............. (naam pleegouder)’. Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’. Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding wordt dat niet tegengeworpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel