Op grond van artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
Voor wedertoelating komen, onder voorwaarden, in aanmerking:
oud-Nederlanders;
oud-Nederlanders: vreemdelingen die het Nederlanderschap hebben verloren, omdat zij na de totstandkoming van de naturalisatie of optie hebben nagelaten de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (art. 15, eerste lid, aanhef onder d en f, RWN);
oud-Nederlanders: vreemdelingen die het Nederlanderschap hebben verloren, omdat zij een verklaring van afstand hebben afgelegd (art. 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN);
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
vreemdelingen die van rechtswege het Nederlanderschap hebben verkregen en van wie het Nederlanderschap verloren is gegaan door het vrijwillig aannemen van een andere nationaliteit (artikel 15, eerste lid en onder a, RWN);
vreemdelingen die een verklaring van afstand van de Nederlandse nationaliteit hebben afgelegd (artikel 15, eerste lid en onder b, RWN);
vreemdelingen van wie het Nederlanderschap verloren is gegaan omdat hij tevens een vreemde nationaliteit bezit en tijdens de meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van tien jaar in het bezit van beide nationaliteiten zijn hoofdverblijf heeft buiten een land van het Koninkrijk (artikel 15, eerste lid en onder c, RWN);
vreemdelingen van wie het Nederlanderschap is ingetrokken omdat hij heeft nagelaten na de totstandkoming van zijn naturalisatie al het mogelijke te doen zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (artikel 15, eerste lid aanhef en onder d, RWN)
vreemdelingen van wie het Nederlanderschap is ingetrokken omdat hij heeft nagelaten na de optiebevestiging al het mogelijke te doen zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (artikel 15, eerste lid aanhef en onder f, RWN).
Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlanders die in of buiten de openbare lichamen zijn geboren en getogen.
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
Tegen het verblijf van de vreemdeling mag geen bezwaar bestaan uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt gedurende welke periode de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft gewoond;
bijlage inkomensverklaring;
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag);
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
de vreemdeling is meerderjarig;
de vreemdeling woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is;
de vreemdeling moet als Nederlander of als Nederlands onderdaan in een land van het Koninkrijk minstens de helft van het basisonderwijs te hebben gevolgd of gedurende de minderjarigheid een opleiding te hebben gevolgd, die meer dan destijds gebruikelijk was, op de openbare lichamen zelf was gericht dan wel door andere omstandigheden, zoals opvoeding, maatschappelijke positie en/of dienstbetrekking (zie bijvoorbeeld KNIL-militairen met pensioen en ambtenaren in Nederlandse dienst), nauwe banden met de openbare lichamen te hebben verkregen; en
er is voldaan aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 9 WTU-BES.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
bijlage inkomensverklaring;
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
de vreemdeling moet in ieder geval gegevens en bescheiden met betrekking tot de duur en de aard van het eerdere verblijf in de openbare lichamen overleggen;
gegevens omtrent de bijzondere banden met de openbare lichamen die aanleiding kunnen zijn voor verblijf in de openbare lichamen;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier)
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren, omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie of optie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd worden verleend.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 9 WTU-BES.
het Nederlanderschap op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN heeft verloren;
op het moment waarop het Nederlanderschap werd verleend ten minste drie aaneengesloten jaren op grond van artikel 6 WTU-BES rechtmatig in de openbare lichamen verbleef;
het hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft verplaatst;
geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
wiens aanvraag is ontvangen binnen twee jaar na bekendmaking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is ingetrokken.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 9 WTU-BES.
het Nederlanderschap op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN heeft verloren;
op het moment waarop het Nederlanderschap werd verleend ten minste vijf aaneengesloten jaren op grond van artikel 6 WTU-BES rechtmatig in de openbare lichamen verbleef;
het hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft verplaatst;
geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
wiens aanvraag is ontvangen binnen twee jaar na bekendmaking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is ingetrokken.
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
gegevens en bescheiden met betrekking tot de duur en de aard van het eerdere verblijf in Nederland;
een afschrift van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen;
brieven waarin de vreemdeling door Onze Minister wordt gewezen op de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit(en);
een afschrift van het besluit waarbij het Nederlanderschap is ingetrokken;
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer de vreemdeling staat ingeschreven in de openbare lichamen; en
bijlage inkomensverklaring;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier)
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
die het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN zou worden ingetrokken. De aanvraag moet zijn ontvangen binnen twee jaar na het doen van afstand van de Nederlandse nationaliteit;
die het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand vanwege remigratie naar het land van herkomst (op grond van de remigratiewet). De aanvraag moet zijn ontvangen binnen één jaar na het doen van afstand van de Nederlandse nationaliteit.
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke nationaliteit wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
indien van toepassing voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
bijlage werkgeversverklaring;
gegevens en bescheiden met betrekking tot de duur en de aard van het eerdere verblijf binnen het Koninkrijk;
afschrift van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen;
brieven waarin de vreemdeling door Onze Minister wordt gewezen op de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit(en);
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit de datum blijkt waarop afstand is gedaan van de Nederlandse nationaliteit;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier)
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6, tweede lid, WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
Aan personen die een verzoek als bedoeld in artikel 17 RWN hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in artikel 17 RWN, heeft ingediend, als:
de vreemdeling voldoet aan de algemene voorwaarden van artikel 9 WTU-BES;
dat verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot;
die persoon hangende de beslissing op het verzoek om vaststelling van het Nederlanderschap ingevolge een beslissing van de Minister niet als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd;
de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
de persoon zijn hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft verplaatst; en
de persoon geen gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid.
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex artikel 17 RWN klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
volledig afschrift van het verzoek ex artikel 17 RWN;
bewijs zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier); en
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier)
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex artikel 17 RWN’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar of zoveel korter als het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak zal doen.
Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard. De houder van deze vergunning komt daarom niet in aanmerking voor naturalisatie of optie op grond van deze verblijfsvergunning.
Nadat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een negatieve uitspraak heeft gedaan op het verzoek ex artikel 17 RWN, wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet afgewezen om de enkele reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend, als:
de vreemdeling cassatieberoep heeft ingesteld, waarop nog geen arrest is gewezen;
de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft gevestigd; en
de vreemdeling hangende het cassatieberoep als gevolg van een beslissing van de Minister niet als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, omdat het verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. Beoordeling geschiedt door de IND unit Caribisch Nederland.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
volledig afschrift van het verzoek ex artikel 17 RWN;
bewijs zelfstandige, duurzame en voldoende middelen van bestaan;
indien van toepassing: bewijs onderzoek TBC;
bewijs ziektekostenverzekering (geïntegreerd in het aanvraagformulier); en
antecedentenverklaring (geïntegreerd in het aanvraagformulier);
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Als het openbare orde criterium wordt tegengeworpen, wordt de vreemdeling niet uitgezet, zolang niet is beslist op de procedure ex artikel 17 RWN. De vreemdeling overlegt in ieder geval een volledig afschrift van het cassatieberoepschrift.
De geldigheidsduur van de vergunning kan worden verlengd met maximaal een jaar of zoveel korter als de Hoge Raad uitspraak zal doen.
Artikel 13
Wedertoelating
Onderdeel van Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010