**1.** Gedurende acht dagen na den dag der uitspraak heeft, in geval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surséance verleend is, iedere schuldeischer, die zich niet vóór het verleenen daarvan heeft verklaard, recht van hooger beroep.
**2.** Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van ene memorie ter griffie van het gerecht in eerste aanleg, in het openbaar lichaam, waar op het verzoek tot verlening van surséance is uitspraak gedaan. De griffier geeft hiervan aan ieder der opgekomen schuldeischers, als in artikel 209, eerste lid, bedoeld, zoomede, indien het hooger beroep door een schuldeischer ingesteld is, ook aan den schuldenaar schriftelijk kennis en zendt de in artikel 205 bedoelde stukken met een afschrift van het terzake opgemaakt proces-verbaal en van het vonnis waarvan beroep, zoo spoedig mogelijk aan het Hof van Justitie.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Titel II › afdeeling Eerste
Artikel 210
Artikel 210
Onderdeel van Faillissementswet BES· Insolventierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010